De Megalaimidae, of Aziatische baardvogels, vormen een familie van kleurrijke, fruitetende zangvogels die voorkomen in Zuid- en Zuidoost-Azië, van India tot Indonesië. Deze vogels danken hun naam aan de borstelige veren rond hun snavel — de ‘baard’ — en worden gekenmerkt door hun stevige bouw, forse snavel en opvallend gekleurde koppen.
Ze leven vooral in bossen en boomrijke gebieden, waar ze zich vaak ophouden in de boomkruinen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit fruit, vooral vijgen, maar ook insecten staan soms op het menu. Baardvogels zijn bekend om hun luide, monotone roep, die vaak herhaald wordt en over grote afstand hoorbaar is.
Ze nestelen in boomholtes die ze zelf uithakken met hun sterke snavel, vergelijkbaar met spechten. Enkele bekende soorten zijn de lijnkeelbaardvogel (Psilopogon lineatus) en de bruinkeelbaardvogel (Psilopogon franklinii). Dankzij hun kleurige uiterlijk en kenmerkende zang zijn het opvallende vogels in het Aziatische regenwoud.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Psilopogon details
Soorten van Psilopogon komen vooral voor in Zuid- en Zuidoost-Azië en bewonen uiteenlopende boomrijke habitats, zoals tropisch bos, bosranden, open boomlandschappen, tuinen en cultuurlandschappen. Veel soorten zijn eerder hoorbaar dan zichtbaar, omdat zij bekendstaan om hun herhalende, ver dragende roepen.
Het voedsel bestaat vooral uit vruchten, met name vijgen, maar daarnaast worden ook insecten en andere kleine dierlijke prooien gegeten. Daarmee vervullen soorten van Psilopogon een belangrijke rol in bosgebieden, onder meer als zaadverspreiders.
Voor het broeden gebruiken deze baardvogels meestal nestholtes in bomen, die vaak zelf worden uitgehakt. Het genus Psilopogon vormt daarmee een kenmerkende en soortenrijke groep van kleurrijke, luidruchtige Aziatische baardvogels die sterk verbonden zijn met boomrijke leefgebieden.
Blauwkeelbaardvogel
Paatli Fort Resort, Ramnagar





Details Blauwkeelbaardvogel
De soort komt voor langs de Himalaya en in delen van Zuid- en Zuidoost-Azië, waaronder Noord- en Noordoost-India, Nepal, Bhutan, Bangladesh, Myanmar, Zuid-China, Thailand, Laos en Vietnam. Het is overwegend een standvogel. In berggebieden kunnen lokale hoogteverplaatsingen voorkomen, vooral buiten de broedtijd of wanneer voedsel tijdelijk schaarser is.
Een blauwkeelbaardvogel is een middelgrote, opvallend gekleurde baardvogel met overwegend groen verenkleed, een blauwe keel, blauwachtige kopdelen en rode accenten op kruin en gezicht. Door de groene bovenzijde valt de vogel in het bladerdak vaak verrassend weinig op. De stevige snavel is aan de basis voorzien van borstelachtige veertjes, kenmerkend voor baardvogels. De vlucht is meestal golvend, met enkele snelle vleugelslagen gevolgd door een korte glijfase. De aanwezigheid wordt vaak eerder verraden door de luide, herhaalde roep dan door zichtwaarneming; de roep kan langdurig en ritmisch vanuit hoge bomen klinken.
Voorkomen is vooral verbonden met laaglandbossen, heuvelbossen, montane bossen, bosranden, secundair bos, boomrijke dorpen, tuinen, boomgaarden, plantages en stadsparken met voldoende fruitbomen. De soort wordt vaak gezien in de boomkronen, vooral bij vruchtdragende bomen. In India komt de blauwkeelbaardvogel vooral voor in de noordelijke en noordoostelijke staten, van de lagere Himalaya tot in heuvelachtige en bosrijke gebieden. De soort kan zich goed handhaven in halfopen en door mensen beïnvloede landschappen, zolang oude bomen, nestgelegenheid en voldoende voedsel aanwezig blijven.
Het menu bestaat hoofdzakelijk uit vruchten en bessen, met vijgen als belangrijke voedselbron. Daarnaast worden bloemen, knoppen en soms insecten gegeten, zoals kevers, krekels, mieren, bidsprinkhanen en andere ongewervelden. De soort foerageert meestal hoog in de bomen, alleen, in paren of in kleine groepjes, en kan langere tijd in een vruchtdragende boom aanwezig blijven. Door het eten van vruchten speelt de blauwkeelbaardvogel vermoedelijk ook een rol bij de verspreiding van zaden.
Paarsvorming is monogaam en territoriaal. In de broedtijd roepen partners vaak veelvuldig en kunnen ze elkaar volgen in de boomkronen. De broedtijd valt in grote delen van India vooral van maart tot juni of juli, met regionale verschillen. Het nest wordt uitgehakt in een boomstam of dikke tak, meestal in dood of zacht hout, maar soms ook in levende bomen met vermolmd hout. Beide oudervogels helpen bij het uithakken van de nestholte, het broeden en het voeren van de jongen. Gewoonlijk worden 3–4 witte eieren gelegd. De broedduur bedraagt ongeveer twee weken. Oude nestholten kunnen soms opnieuw worden gebruikt. Belangrijke bedreigingen op lokaal niveau zijn het verdwijnen van oude bomen, intensief snoeien of kappen in boomrijke dorpen en het verlies van fruitrijke bosranden.
Gestreepte baardvogel
Paatli Fort Resort, Ramnagar




Details Gestreepte baardvogel
De soort komt voor op het Indisch subcontinent en in delen van Zuidoost-Azië, waaronder India, Nepal, Bhutan, Bangladesh, Myanmar, Thailand, Laos, Vietnam en Zuid-China. In India is de gestreepte baardvogel wijdverbreid in veel laagland- en heuvelgebieden, maar ontbreekt lokaal in zeer droge of boomarme streken. Het is overwegend een standvogel. Verplaatsingen zijn meestal lokaal en hangen samen met beschikbaarheid van vruchten, nestgelegenheid en seizoensgebonden voedselbronnen.
Een gestreepte baardvogel is een vrij grote, groen gekleurde baardvogel met een zware, bleke snavel, een brede kop en duidelijke lichte strepen op kop, keel en borst. De bovenzijde is overwegend groen, waardoor de vogel in boomkronen vaak moeilijk te zien is. De kop en onderzijde tonen een geelgroene tot witachtige grondkleur met donkere lengtestrepen, wat de soort zijn Nederlandse naam geeft. De vlucht is meestal kort en golvend, met snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijmomenten. De roep is luid, herhaald en ver dragend; vaak wordt de soort eerder gehoord dan gezien, vooral wanneer een vogel langdurig vanuit een hoge boom roept.
Voorkomen is sterk verbonden met boomrijke landschappen. De soort gebruikt loofbos, open bos, bosranden, boomgaarden, plantages, parken, tuinen, dorpen, lanen, rivierbossen en landbouwgebied met oude bomen. Ook in stedelijke omgeving kan de gestreepte baardvogel voorkomen wanneer voldoende grote bomen, vruchtdragende soorten en geschikte nestplaatsen aanwezig zijn. Dicht gesloten bos wordt gebruikt, maar de soort is vooral opvallend in halfopen landschappen met verspreide hoge bomen en fruitbomen.
Het menu bestaat voornamelijk uit vruchten, vooral vijgen en andere zachte vruchten. Daarnaast worden bessen, bloemen, nectar, knoppen en soms insecten gegeten. De soort foerageert meestal in de kroonlaag, alleen, in paren of los in kleine groepjes bij rijk dragende bomen. Door het eten van veel vruchten speelt de gestreepte baardvogel een rol bij zaadverspreiding. Bij voedselbomen kan de vogel langdurig aanwezig blijven en relatief onopvallend eten tussen het blad, terwijl de luide roep de aanwezigheid toch verraadt.
Paarsvorming is monogaam en territoriaal. In de broedtijd wordt veel geroepen en verdedigen paren de directe omgeving van de nestboom. De broedtijd varieert regionaal, maar valt in India vaak grofweg van februari tot juli. Het nest wordt uitgehakt in een boomstam of dikke tak, meestal in zacht, dood of vermolmd hout, maar soms ook in een levende boom met geschikte zachte delen. Beide oudervogels werken aan de nestholte, broeden en voeren de jongen. Gewoonlijk worden 2–4 witte eieren gelegd. Belangrijke lokale bedreigingen zijn het verwijderen van oude bomen, intensief snoeien, verlies van fruitdragende bomen en het verdwijnen van geschikte nestholten in dorpen, parken en landbouwlandschappen.
Kopersmid





Kopersmid details
De kopersmid komt voor in Zuid- en Zuidoost-Azië en leeft in een breed scala aan boomrijke gebieden. De soort wordt vaak aangetroffen in open bos, bosranden, tuinen, parken, boomrijke dorpen, plantages en andere halfopen landschappen. Daardoor is dit een baardvogel die zich goed weet aan te passen aan door mensen beïnvloede omgevingen, zolang er voldoende bomen aanwezig zijn.
Het verenkleed is overwegend groen, met een gele keel en geel gezicht, een opvallende rode vlek op het voorhoofd en nog een rode tekening op de keel of borststreek. De stevige snavel is donker en het lichaam is compact gebouwd, zoals kenmerkend is voor baardvogels. De soort valt in het veld vaak eerder op door de stem dan door het uiterlijk, omdat de vogel geregeld stil in het bladerdek blijft zitten.
Het voedsel bestaat vooral uit vruchten, waaronder vijgen en andere zachte bessen, maar daarnaast worden ook insecten en andere kleine ongewervelden gegeten. Door die gevarieerde voedselkeuze kan de soort in veel verschillende leefgebieden overleven. Net als andere fruitetende baardvogels speelt de kopersmid ook een rol bij de verspreiding van zaden.
Voor het broeden wordt meestal een nestholte uitgehakt in een dode tak, stam of ander zacht hout. Beide vogels nemen deel aan het uitgraven van de nestplaats en aan de verzorging van de jongen. De soort broedt doorgaans in paren en blijft tijdens de broedtijd trouw aan geschikte boomrijke territoria.
Zwartbrauwbaardvogel




Zwartbrauwbaardvogel details
De soort komt voor op het Maleis Schiereiland en op Sumatra. De zwartbrauwbaardvogel is daar overwegend standvogel en leeft vooral in bosrijke bergstreken. Het leefgebied bestaat uit montaan bos en dipterocarpbos, meestal op middelhoge tot hogere liggingen. Binnen het bos houdt de soort zich vooral op in de middelste en bovenste boomlaag.
De zwartbrauwbaardvogel is overwegend groen gekleurd en heeft een opvallend gele keel met een blauwe begrenzing. Boven het oog loopt een duidelijke zwarte wenkbrauwstreep, waaraan de soort de Nederlandse naam dankt. Daarnaast zijn rode vlekken aanwezig boven de snavel, op de teugel, bij de keel en in de nek. Door deze combinatie van groen, geel, blauw, rood en zwart is het een opvallend gekleurde baardvogel.
Het voedsel bestaat uit vruchten en insecten. Vooral in de boomkruinen wordt naar voedsel gezocht, meestal in de hogere delen van het bos. Zoals bij veel baardvogels spelen vruchten een belangrijke rol, maar ook dierlijk voedsel wordt regelmatig opgenomen.
De broedtijd valt in Sumatra ongeveer tussen februari en november en in Maleisië vooral tussen maart en juni. Voor het broeden wordt een nestholte in een boom gebruikt. Over de verdere broedbiologie is in de aangeleverde gegevens weinig nadere informatie opgenomen, maar net als andere baardvogels gebruikt de soort boomholtes als nestplaats.
Vuurpluimbaardvogel


Vuurpluimbaardvogel details
Het is een vrij forse baardvogel met een overwegend groene lichaamskleur, een kastanjebruine tot donkerbruine nek, grijze teugelstreek en een witte band op het voorhoofd. De keel is groen, gevolgd door een opvallende helder gele band en daaronder een zwarte borstband, waardoor de vogel een zeer karakteristieke tekening heeft. Het mannetje heeft aan de basis van de snavel opvallende oranje tot vuurkleurige pluimen, waaraan de Nederlandse naam is ontleend.
De vuurpluimbaardvogel leeft vooral in altijdgroene bergbossen en vochtige tropische bossen. De soort wordt vooral aangetroffen in breedbladige bossen in heuvel- en berggebieden en is sterk aan bos gebonden.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit vijgen en andere vruchten, aangevuld met geleedpotigen en insecten. Net als andere baardvogels zoekt de soort voedsel vooral in bomen. De roep lijkt sterk op die van cicaden, wat deze soort in het veld vaak extra opvallend maakt.
Over de broedbiologie is maar beperkt detail bekend, maar zoals bij andere baardvogels wordt aangenomen dat een nestholte in hout wordt gebruikt. De soort is door de sterke bosafhankelijkheid wel gevoelig voor verlies van geschikt leefgebied, al is er op wereldschaal momenteel nog geen directe aanwijzing voor een bedreigde status.