De familie Ramphastidae, beter bekend als toekans, omvat middelgrote tot grote, felgekleurde vogels die vooral voorkomen in de tropische regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun opvallend grote, vaak kleurrijke snavels die, ondanks hun grootte, licht van gewicht zijn door een interne structuur van luchtkamers.
Toekans leven voornamelijk in het bladerdak van het regenwoud en zijn boombewoners (arboreaal). Hun dieet bestaat hoofdzakelijk uit fruit, maar ze eten ook insecten, kleine reptielen en eieren. Ze spelen een belangrijke ecologische rol als zaadverspreiders.
Typische vertegenwoordigers van deze familie zijn de reuzentoekan (Ramphastos toco) en de zwartsnaveltoekan (Ramphastos vitellinus). In Suriname komen meerdere soorten voor, vooral in ongerepte bosgebieden.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Ramphastos
Soorten van Ramphastos komen voor van zuidelijk Mexico tot diep in Zuid-Amerika en leven vooral in tropische en subtropische bossen, bosranden, galerijbossen en andere boomrijke landschappen. De meeste soorten zijn sterk aan bomen gebonden en houden zich vooral op in de middelste en hogere boomlagen, waar zij zich springend en klimmend tussen takken verplaatsen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, maar daarnaast worden ook insecten, eieren, kleine reptielen en andere kleine dierlijke prooien gegeten. Door deze gevarieerde voedselkeuze zijn soorten van Ramphastos opportunistische eters. Tegelijk spelen zij een belangrijke rol in de verspreiding van zaden in tropische bossen, doordat vruchten een groot deel van het dieet vormen.
Voor het broeden worden meestal natuurlijke boomholtes gebruikt of bestaande holen die verder worden aangepast. Beide oudervogels nemen deel aan het broeden en het verzorgen van de jongen. Het genus Ramphastos vormt daarmee een zeer herkenbare groep van grote, luidruchtige en kleurrijke boomvogels die sterk verbonden zijn met de bossen van het Neotropische gebied.
Groefsnaveltoekan

Suriname 2024 nabij Paranam






Details Groefsnaveltoekan
De soort komt voor op Trinidad en in tropisch Zuid-Amerika, onder meer in Venezuela, de Guyana’s, Brazilië, Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia. Het zwaartepunt ligt in laagland en vochtige tropische bossen, maar plaatselijk komt de soort ook voor in drogere bossen langs rivieren en tot in heuvelachtig terrein. De groefsnaveltoekan is overwegend standvogel. Verplaatsingen zijn meestal lokaal en hangen vooral samen met de beschikbaarheid van vruchtdragende bomen.
Een groefsnaveltoekan is een grote, opvallende toekan met een zeer grote, relatief lichte snavel met een duidelijke groef of kanaalachtige structuur langs de bovensnavel. Het verenkleed is overwegend zwart met contrasterende lichte of geelachtige keel- en borstpartijen, afhankelijk van ondersoort en regio. De stuit en onderstaartdekveren kunnen rood of geelachtig getint zijn. De grote snavel lijkt zwaar, maar is door de sponsachtige bouw relatief licht. In vlucht vallen de korte, afgeronde vleugels, de grote kop en snavel en de golvende vlucht op. De soort beweegt zich vooral springend en klauterend door de boomkronen en laat vaak luide, ver dragende roepen horen.
Voorkomen is vooral verbonden met tropisch en subtropisch bos, bosranden, galerijbos, secundair bos, hoge boomrijke vegetatie en open plekken met grote vruchtbomen. De soort leeft hoofdzakelijk in de kroonlaag en wordt meestal hoog in bomen gezien. Dicht regenwoud, bosranden en oudere secundaire bossen zijn belangrijk, omdat daar zowel voedselbomen als nestholten aanwezig zijn. De groefsnaveltoekan kan ook gebruikmaken van aangetaste of halfopen bossen, zolang voldoende hoge bomen, vruchten en geschikte holten aanwezig blijven.
Het menu bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, vooral zachte, energierijke vruchten van bomen zoals palmen, vijgen en andere tropische bosbomen. Daarnaast worden insecten, kleine reptielen, kikkers, eieren en soms jonge vogels gegeten. De grote snavel wordt gebruikt om vruchten vanaf dunne takken of uiteinden van twijgen te bereiken zonder dat de vogel zelf op die takken hoeft te staan. Voedsel wordt vaak met de snavelpunt gepakt en met een korte kopbeweging naar achteren in de keel geworpen. Door het eten en verspreiden van vruchten speelt de groefsnaveltoekan een belangrijke rol bij zaadverspreiding in tropische bossen.
Paarsvorming is monogaam of paargewijs territoriaal gedurende de broedtijd. De soort nestelt in boomholten, vaak in natuurlijke holten of oude spechtenholen, soms in holten die door rotting of afgebroken takken zijn ontstaan. De nestholte wordt niet uitgebreid bekleed; de eieren liggen meestal op houtmolm of natuurlijk materiaal in de holte. De broedtijd verschilt per regio en volgt vaak de periode waarin voldoende voedsel beschikbaar is. Gewoonlijk worden 2–4 witte eieren gelegd. Beide oudervogels broeden en voeren de jongen. De jongen komen kaal en blind uit, blijven langere tijd in de holte en worden gevoerd met vruchten en dierlijk voedsel. Belangrijke lokale bedreigingen zijn kap van grote nestbomen, verlies van oud bos, versnippering van voedselgebieden, jacht en vangst voor de handel.
Genus Selenidera
Soorten van Selenidera komen voor in tropische delen van Midden- en Zuid-Amerika en leven vooral in vochtige bossen, bosranden en andere boomrijke habitats. De meeste soorten zijn sterk aan bos gebonden en houden zich vaak op in de middelste en hogere boomlagen, waar zij zich behendig tussen takken verplaatsen. In vergelijking met de grote toekans van het genus Ramphastos zijn soorten van Selenidera kleiner en meestal minder opvallend, al hebben zij nog steeds een karakteristieke en kleurrijke snavel.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, aangevuld met insecten en andere kleine dierlijke prooien. Zoals andere toekans spelen soorten van Selenidera daardoor een rol in de verspreiding van zaden binnen bosgebieden. De vogels worden vaak solitair, in paren of in kleine groepjes gezien en laten zich geregeld eerder opmerken door hun roep dan door hun uiterlijk.
Voor het broeden worden boomholtes gebruikt, meestal bestaande natuurlijke holten of oude spechtenholen. Beide oudervogels nemen doorgaans deel aan het broeden en het verzorgen van de jongen. Het genus Selenidera vormt daarmee een herkenbare groep van kleinere, bosgebonden toekans die vooral opvallen door hun seksueel verschillende verenkleed en hun nauwe binding aan tropische bossen.
Guyanapepervreter

Suriname 2016 nabij Berlijn


Details Gyanapepervreter
De Guyanapepervreter komt voor in het noordoosten van Amazonië, vooral in Zuidoost-Venezuela, Guyana, Suriname, Frans-Guyana en Noord-Brazilië ten noorden van de Amazone. De soort is overwegend standvogel. Verplaatsingen zijn meestal lokaal en hangen vooral samen met de beschikbaarheid van vruchtdragende bomen.
Een Guyanapepervreter is een kleine tot middelgrote toekanachtige met een stevige snavel, korte vleugels en een opvallend verschil tussen mannetje en vrouwtje. Het mannetje heeft een donkere kop en borst, groene bovendelen, een gele tot oranje halskraag en opvallende gele of oranje gezichtsdelen. Het vrouwtje is minder zwart en meer kastanjebruin of roodbruin op kop en onderzijde. Beide geslachten hebben een grote, contrastrijke snavel en een compacte bouw. In vlucht valt de golvende, vrij korte vlucht tussen boomkronen op. De soort beweegt zich vooral springend en klauterend door takken en wordt vaak eerder opgemerkt door zachte, ratelende of keelachtige roepen dan door langdurig zichtbaar gedrag.
Voorkomen is vooral verbonden met vochtig tropisch laaglandbos, primair regenwoud, galerijbos, bosranden en oudere secundaire bossen. De soort leeft meestal in de middelste boomlaag en subkroonlaag, vaak lager en minder opvallend dan grotere toekans. Ook bos langs savannes en rivierbegeleidende vegetatie kan worden gebruikt, zolang voldoende gesloten bos, vruchtdragende bomen en geschikte nestholten aanwezig zijn. Sterk open of intensief aangetaste gebieden zijn minder geschikt.
Het menu bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, met daarnaast insecten en mogelijk andere kleine dierlijke prooien. Palmen en andere tropische vruchtbomen zijn belangrijk, en de soort foerageert vaak in paren of kleine groepjes in de middelste en hogere vegetatielagen. Vruchten worden met de snavel geplukt en in hun geheel of in stukken doorgeslikt. Door het eten van vruchten speelt de Guyanapepervreter een rol bij de verspreiding van zaden in tropisch bos.
Paarsvorming is monogaam of paargewijs territoriaal gedurende de broedtijd. In de balts kan het mannetje het vrouwtje voeren. De soort nestelt in boomholten, vaak in oude spechtenholen of natuurlijke holten in dood of zacht hout. Soms wordt een bestaande holte aangepast of wordt een voormalige bewoner verdreven. De broedtijd valt in Venezuela en de Guyana’s vooral van maart tot mei en in Brazilië ongeveer van april tot juli. Gewoonlijk worden 2–3 witte eieren gelegd. Beide oudervogels zijn betrokken bij broeden en voeren. Belangrijke lokale bedreigingen zijn kap van oude bomen, verlies van gesloten laaglandbos, versnippering van voedselgebieden en verstoring bij nestplaatsen.
Genus Pteroglossus
Soorten van Pteroglossus leven vooral in tropische en subtropische bossen, bosranden, galerijbossen, secundair bos en andere boomrijke landschappen. De meeste soorten zijn sterk aan bomen gebonden en houden zich vooral op in de middelste en hogere vegetatielagen. Vaak worden ze in paren, kleine groepjes of familiegroepen gezien, waarbij ze zich behendig springend tussen takken verplaatsen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, maar daarnaast worden ook insecten, eieren en andere kleine dierlijke prooien gegeten. Door deze gevarieerde voedselkeuze zijn soorten van Pteroglossus opportunistische eters. Net als andere toekans spelen zij een rol in de verspreiding van zaden, doordat vruchten een belangrijk deel van het dieet vormen.
Voor het broeden worden meestal boomholtes gebruikt, vaak bestaande natuurlijke holen of verlaten spechtenholen. Beide oudervogels nemen deel aan het verzorgen van de jongen. Het genus Pteroglossus vormt daarmee een herkenbare groep van slanke, kleurrijke en vaak vrij sociale toekans die sterk verbonden zijn met de bossen van het Neotropische gebied.
Groene arassari

Suriname 2024 nabij Paranam




Details Groene arrasari
De soort komt voor in de Guyana’s, in noordoostelijk Zuid-Amerika en in aangrenzende delen van het noordoostelijke Amazonegebied, onder meer in Venezuela, Guyana, Suriname, Frans-Guyana en het noorden van Brazilië. De groene arassari leeft vooral in laaglandbos en andere boomrijke gebieden en wordt meestal gezien in de middelste en hogere delen van het bos.
De groene arassari is een van de kleinste arassari’s. Het mannetje heeft een zwarte kruin, terwijl het vrouwtje daar meer roodbruin toont. Verder heeft de soort een slanke bouw, een relatief lange staart en de voor arassari’s kenmerkende grote, licht gebouwde snavel. Het verenkleed is overwegend groen met lichtere en warmere tinten aan de onderdelen, waardoor de vogel ondanks de vrij bescheiden afmetingen toch direct als toekan herkenbaar is.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vruchten. Daarbij worden onder meer vijgen en andere zachte bosvruchten gegeten. Daarnaast worden ook insecten en andere kleine dierlijke prooien opgenomen. Net als andere toekans speelt de groene arassari daardoor een rol in de verspreiding van zaden in bosgebieden.
Voor het broeden worden boomholtes gebruikt, vaak bestaande natuurlijke holten of verlaten spechtenholen. Gewoonlijk worden twee tot vier witte eieren gelegd. Beide oudervogels nemen deel aan de verzorging van de jongen. De broedtijd valt vooral in de eerste helft van het jaar.
Zwartnekarassari

Suriname 2005 nabij Cola Kreek

Details Zwartnekarassari
De soort komt voor in een groot deel van het noorden en midden van Zuid-Amerika, vooral in het Amazonegebied en aangrenzende bosrijke streken. De zwartnekarassari leeft in tropische laaglandbossen, bosranden, secundair bos en andere boomrijke landschappen. Ook meer open gebieden met voldoende bomen kunnen worden gebruikt, zolang er genoeg voedsel en nestgelegenheid aanwezig zijn.
De zwartnekarassari is goed te herkennen aan de opvallend gekleurde snavel, de gele onderdelen en de donkere kop en hals, waaraan de Nederlandse naam is ontleend. Het lichaam is slank gebouwd, met een vrij lange staart en de sierlijke vorm die kenmerkend is voor arassari’s. Door de combinatie van geel, zwart en rood in het verenkleed en de snavel is het een zeer herkenbare soort binnen het genus Pteroglossus.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vruchten, waaronder vijgen en andere zachte bosvruchten. Daarnaast worden ook insecten, eieren en kleine dierlijke prooien gegeten. Net als andere toekans speelt de zwartnekarassari daardoor een rol in de verspreiding van zaden in bosgebieden.
De soort leeft vaak in paren of kleine groepen en beweegt zich behendig door de boomkruinen. Voor het broeden worden boomholtes gebruikt, meestal bestaande natuurlijke holten of verlaten spechtenholen. Beide oudervogels nemen deel aan het verzorgen van de jongen. Daardoor past de zwartnekarassari goed binnen het beeld van een vrij sociale, boomgebonden en overwegend vruchtetende toekan van tropische bossen.