De Muscicapidae, of vliegenvangers van de Oude Wereld, vormen een grote familie van kleine zangvogels die vooral voorkomt in Europa, Afrika en Azië. Deze vogels zijn meestal insecteneters en staan bekend om hun behendige jachttechniek waarbij ze insecten in de vlucht vangen. Ze hebben vaak een vrij onopvallend verenkleed, al komen ook soorten met opvallende kleuren voor.
Tot deze familie behoren onder andere de grauwe vliegenvanger, roodborsttapuit, en blauwborst. Muscicapidae bewonen uiteenlopende leefgebieden, van bossen tot open landschappen, en spelen een belangrijke rol in het ecosysteem door het reguleren van insectenpopulaties.
Foto’s © Jan Dolphijn
Kleine kortvleugel
[LAT] Brachypteryx leucophris |
[UK] Lesser Shortwing |
[FR] Brachyptère à calotte grise |
[DE] Kleine Kurflüglerdrossel |
[ES] Aliparreña menor |
[NL] Kleine kortvleugel




Roodteugelvliegenvanger
[LAT] Anthipes solitaris |
[UK] Rufous-browed Flycatcher |
[FR] Gobemouche à sourcils roux |
[DE] Rostbrauen-Fliegenschnäpper |
[ES] Papamoscas cejirrufo |
[NL] Roodteugelvliegenvanger





Kobaltniltava
[LAT] Niltava grandis |
[UK] Large Niltava |
[FR] Niltava grand |
[DE] Große Niltava |
[ES] Niltava grande |
[NL] Kobaltniltava





Bergniltava
[LAT] Niltava montana |
[UK] Rufous-vented Niltava |
[FR] Niltava montagnard |
[DE] Berg-Niltava |
[ES] Niltava montañera |
[NL] Bergniltava



Grauwe vliegenvanger
[LAT] Muscicapa striata |
[UK] Spotted Flycatcher |
[FR] Gobemouche gris |
[DE] Grauschnäpper |
[ES] Papamoscas gris |
[NL] Grauwe vliegenvanger




Bruine vliegenvanger
[LAT] Muscicapa dauurica |
[UK] Asian Brown Flycatcher |
[FR] Gobemouche brun |
[DE] Braunschnäpper |
[ES] Papamoscas pardo |
[NL] Bruine vliegenvanger
Sitabani National Park, Ramnagar
Sitabani National Park, Ramnagar



Bonte vliegenvanger
[LAT] Ficedula hypoleuca |
[UK] European Pied Flycatcher |
[FR] Gobemouche noir |
[DE] Trauerschnäpper |
[ES] Papamoscas cerrojillo |
[NL] Bonte vliegenvanger


Blauwborst
[LAT] Luscinia svecica |
[UK] Bluethroat |
[FR] Gorgebleue à miroir |
[DE] Blaukehlchen |
[ES] Pechiazul |
[NL] Blauwborst






Roodborstje
[LAT] Erithacus rubecula |
[UK] European Robin |
[FR] Rougegorge familier |
[DE] Rotkehlchen |
[ES] Petirrojo europeo |
[NL] Roodborstje



Tapuit
[LAT] Oenanthe oenanthe |
[UK] Northern Wheatear |
[FR] Traquet motteux |
[DE] Steinschmätzer |
[ES] Collalba gris |
[NL] Tapuit









Bonte tapuit
[LAT] Oenanthe pleschanka |
[UK] Pied Wheatear |
[FR] Traquet pie |
[DE] Schwarzschwanz-Steinschmätzer |
[ES] Collalba pía |
[NL] Bonte tapuit


Bruine rotsspekvreter
[LAT] Oenanthe fusca |
[UK] Brown Rock Chat |
[FR] Traquet brun |
[DE] Brauner Steinschmätzer |
[ES] Collalba parda |
[NL] Bruine rotsspekvreter
Keoladeo National Park, Bharatpur
Keoladeo National Park, Bharatpur



Zwarte roodstaart
[LAT] Phoenicurus ochruros |
[UK] Black Redstart |
[FR] Rougequeue noir |
[DE] Hausrotschwanz |
[ES] Colirrojo tizón |
[NL] Zwarte roodstaart




Gekraagde roodstaart
[LAT] Phoenicurus phoenicurus |
[UK] Common Redstart |
[FR] Rougequeue à front blanc |
[DE] Gartenrotschwanz |
[ES] Colirrojo real |
[NL] Gekraagde roodstaart




Senegalese drongovliegenvanger
[LAT] Melaenornis edolioides |
[UK] Northern Black Flycatcher |
[FR] Gobemouche noir |
[DE] Nördlicher Schwarzer Fliegenschnäpper |
[ES] Papamoscas negro norteño |
[NL] Zwarte vliegenvanger


Kleine vliegenvanger
[LAT] Muscicapa parva |
[UK] Red-breasted Flycatcher |
[FR] Gobemouche nain |
[DE] Zwergschnäpper |
[ES] Papamoscas papirrojo |
[NL] Kleine vliegenvanger


Paapje
[LAT] Saxicola rubetra |
[UK] Whinchat |
[FR] Tarier des prés |
[DE] Braunkehlchen |
[ES] Tarabilla norteña |
[NL] Paapje





Roodborsttapuit
[LAT] Saxicola rubicola |
[UK] European Stonechat |
[FR] Tarier pâtre |
[DE] Schwarzkehlchen |
[ES] Tarabilla europea |
[NL] Roodborsttapuit





Zwarte Roodborsttapuit
[LAT] Saxicola caprata |
[UK] Pied Bush Chat |
[FR] Tarier pie |
[DE] Elsterschmätzer |
[ES] Tarabilla pía |
[NL] Zwarte roodborsttapuit
C = Sitabani National Park, Ramnagar
C = Sitabani National Park, Ramnagar





Details Zwarte roodborsttapuit
De zwarte roodborsttapuit heeft status LC (Least Concern). Door het grote verspreidingsgebied, de brede habitatkeuze en het vaak algemene voorkomen wordt de soort wereldwijd niet als bedreigd beschouwd. Lokaal kan achteruitgang optreden door intensief landgebruik, verdwijnen van ruigte, pesticidengebruik en verlies van insectenrijke open terreinen, maar de soort weet zich goed te handhaven in veel halfopen landschappen.
De soort komt voor van Zuid-Azië tot Zuidoost-Azië en delen van de Indonesische regio, waaronder India, Nepal, Sri Lanka, Bangladesh, Myanmar, Thailand, Vietnam, Maleisië, de Filipijnen en Indonesië. In India is de zwarte roodborsttapuit wijdverbreid en vaak algemeen in open en halfopen gebieden. De soort is grotendeels standvogel, maar lokale verplaatsingen komen voor, vooral onder invloed van regenval, broedseizoen, voedselbeschikbaarheid en veranderingen in vegetatie.
Een zwarte roodborsttapuit is een kleine, rechtop zittende vliegenvangerachtige zangvogel met een opvallend verschil tussen mannetje en vrouwtje. Het mannetje is meestal glanzend zwart met een witte vleugelvlek en witte stuit of onderstaartdelen, waardoor de vogel in open terrein sterk opvalt. Het vrouwtje is bruiner en minder contrastrijk, met warmere onderdelen en een subtielere vleugeltekening. De soort zit vaak zichtbaar op paaltjes, struiken, draden, graspollen of lage takken. Vanaf zo’n uitkijkpost worden korte uitvallen gemaakt naar insecten op de grond of in de lucht. De staart wordt vaak kort gewipt en de houding is alert en rechtop.
Voorkomen is sterk verbonden met open en halfopen landschappen. De soort gebruikt graslanden, landbouwranden, braakliggende terreinen, wegbermen, droge rivierbeddingen, struikrijke open plekken, jonge aanplant, dorpsranden, plantages en open terrein met verspreide struiken of paaltjes. Dicht gesloten bos wordt vermeden. Belangrijk zijn lage uitkijkposten, korte vegetatie om te jagen en voldoende ruigte of struiken voor dekking en nestgelegenheid. In India is de zwarte roodborsttapuit vaak goed te zien langs wegen, akkers, graslanden en open plekken bij wetlands.
Het menu bestaat vooral uit insecten en andere kleine ongewervelden, zoals kevers, vliegen, mieren, sprinkhanen, rupsen, libellen en kleine spinnen. De soort jaagt meestal vanaf een vaste zitpost. Prooi wordt met een korte vlucht van de grond geplukt, in de lucht gevangen of van lage vegetatie opgepikt. Na de vangst keert de vogel vaak terug naar dezelfde of een nabije zitplaats. Door deze jachtwijze is de zwarte roodborsttapuit sterk afhankelijk van insectenrijke open terreinen met voldoende uitzichtpunten.
Paarsvorming is monogaam gedurende het broedseizoen en paren verdedigen een klein territorium. De broedtijd varieert regionaal, maar valt in India vaak grofweg van februari tot augustus, afhankelijk van regenval en lokale omstandigheden. Het nest is een komvormig bouwsel van gras, worteltjes, vezels en zacht materiaal, meestal laag geplaatst in een graspol, struik, oeverrand, muurspleet of andere beschutte plek dicht bij de grond. Gewoonlijk worden 3–5 eieren gelegd. Vooral het vrouwtje broedt, terwijl beide oudervogels de jongen voeren met insecten. Belangrijke lokale bedreigingen zijn maaien of verbranden van ruigte in de broedtijd, pesticidengebruik, intensieve landbouw, verstoring van lage nestplaatsen en het verdwijnen van insectenrijke open randen.
De soort komt voor van Zuid-Azië tot Zuidoost-Azië en delen van de Indonesische regio, waaronder India, Nepal, Sri Lanka, Bangladesh, Myanmar, Thailand, Vietnam, Maleisië, de Filipijnen en Indonesië. In India is de zwarte roodborsttapuit wijdverbreid en vaak algemeen in open en halfopen gebieden. De soort is grotendeels standvogel, maar lokale verplaatsingen komen voor, vooral onder invloed van regenval, broedseizoen, voedselbeschikbaarheid en veranderingen in vegetatie.
Een zwarte roodborsttapuit is een kleine, rechtop zittende vliegenvangerachtige zangvogel met een opvallend verschil tussen mannetje en vrouwtje. Het mannetje is meestal glanzend zwart met een witte vleugelvlek en witte stuit of onderstaartdelen, waardoor de vogel in open terrein sterk opvalt. Het vrouwtje is bruiner en minder contrastrijk, met warmere onderdelen en een subtielere vleugeltekening. De soort zit vaak zichtbaar op paaltjes, struiken, draden, graspollen of lage takken. Vanaf zo’n uitkijkpost worden korte uitvallen gemaakt naar insecten op de grond of in de lucht. De staart wordt vaak kort gewipt en de houding is alert en rechtop.
Voorkomen is sterk verbonden met open en halfopen landschappen. De soort gebruikt graslanden, landbouwranden, braakliggende terreinen, wegbermen, droge rivierbeddingen, struikrijke open plekken, jonge aanplant, dorpsranden, plantages en open terrein met verspreide struiken of paaltjes. Dicht gesloten bos wordt vermeden. Belangrijk zijn lage uitkijkposten, korte vegetatie om te jagen en voldoende ruigte of struiken voor dekking en nestgelegenheid. In India is de zwarte roodborsttapuit vaak goed te zien langs wegen, akkers, graslanden en open plekken bij wetlands.
Het menu bestaat vooral uit insecten en andere kleine ongewervelden, zoals kevers, vliegen, mieren, sprinkhanen, rupsen, libellen en kleine spinnen. De soort jaagt meestal vanaf een vaste zitpost. Prooi wordt met een korte vlucht van de grond geplukt, in de lucht gevangen of van lage vegetatie opgepikt. Na de vangst keert de vogel vaak terug naar dezelfde of een nabije zitplaats. Door deze jachtwijze is de zwarte roodborsttapuit sterk afhankelijk van insectenrijke open terreinen met voldoende uitzichtpunten.
Paarsvorming is monogaam gedurende het broedseizoen en paren verdedigen een klein territorium. De broedtijd varieert regionaal, maar valt in India vaak grofweg van februari tot augustus, afhankelijk van regenval en lokale omstandigheden. Het nest is een komvormig bouwsel van gras, worteltjes, vezels en zacht materiaal, meestal laag geplaatst in een graspol, struik, oeverrand, muurspleet of andere beschutte plek dicht bij de grond. Gewoonlijk worden 3–5 eieren gelegd. Vooral het vrouwtje broedt, terwijl beide oudervogels de jongen voeren met insecten. Belangrijke lokale bedreigingen zijn maaien of verbranden van ruigte in de broedtijd, pesticidengebruik, intensieve landbouw, verstoring van lage nestplaatsen en het verdwijnen van insectenrijke open randen.
Indisch Paapje
[LAT] Copsychus fulicatus |
[UK] Indian Robin |
[FR] Shama indien |
[DE] Indienheckensänger |
[ES] Chama colirroja |
[NL] Indisch paapje
Okhla Bird Sanctuary, Noida
Okhla Bird Sanctuary, Noida




Dayallijster
[LAT] Copsychus saularis |
[UK] Oriental Magpie-Robin |
[FR] Shama dayal |
[DE] Dajaldrossel |
[ES] Petirrojo oriental |
[NL] Dayallijster



Witkruinlawaaimaker
[LAT] Cossypha niveicapilla |
[UK] Snowy-crowned Robin-chat |
[FR] Cossyphe à calotte neigeuse |
[DE] Schneekappenrötel |
[ES] Petirrojo copetiblanco |
[NL] Witkruinlijsterzanger


Ekstervliegenvanger
[LAT] Ficedula westermanni |
[UK] Little Pied Flycatcher |
[FR] Gobemouche pie |
[DE] Elsterfliegenschnäpper |
[ES] Papamoscas pío chico |
[NL] Ekstervliegenvanger






Chinese fluitlijster
[LAT] Myophonus caeruleus |
[UK] Blue Whistling Thrush |
[FR] Monticole merlebleu |
[DE] Blaumerle |
[ES] Mirlo azul silbador |
[NL] Chinese fluitlijster



Witstaartcallene
[LAT] Myiomela leucura |
[UK] White-tailed Robin |
[FR] Monticole à queue blanche |
[DE] Weißschwanz-Schnäpper |
[ES] Petirrojo coliblanco |
[NL] Witstaartcallene



