De familie Sternidae omvat de sterns, sierlijke en elegante zeevogels die nauw verwant zijn aan meeuwen. Ze zijn slanker gebouwd dan meeuwen, met lange spitse vleugels, een gevorkte staart, scherpe snavel en een licht lichaam dat hen uiterst wendbaar maakt in de lucht.
Sterns komen wereldwijd voor, van arctische tot tropische gebieden, en broeden vaak in kolonies op kusten, zandplaten of eilanden. Ze foerageren boven water en duiken pijlsnel naar beneden om vis of schaaldieren te vangen. Veel soorten zijn langeafstandstrekkers — de noordse stern (Sterna paradisaea) maakt zelfs de langste migratie van alle dieren, van de Noordpool tot de Zuidpool.
Klik hier Genus Chlidonias
Chlidonias is een geslacht met vier soorten kleine sterns die vooral aan zoetwatermilieus zijn gebonden en daarom vaak als moerassterns worden aangeduid. Het voorkomen hangt meestal samen met meren, plassen, laagveenmoerassen, rivierarmen en andere waterrijke gebieden met veel oever- en watervegetatie, waar voedsel in de vorm van kleine vissen en ongewervelden ruim beschikbaar kan zijn. Buiten de broedtijd en vooral tijdens trekperioden kunnen moerassterns ook in kustwateren, estuaria en langs zeeoevers opduiken, meestal wanneer routes langs grotere watermassa’s worden gevolgd of wanneer weersomstandigheden tot uitwijking leiden.
Een gedeeld herkenningspunt binnen dit geslacht is de zwarte snavel, die bij alle soorten voorkomt en het slanke, sternachtige silhouet versterkt. De soorten verschillen onderling in details van verenkleed en ecologie, maar het algemene beeld is dat het wendbare vliegers zijn die vaak laag boven het water jagen en prooien van het oppervlak oppikken. De voorkeur voor zoetwater en moerasachtige landschappen maakt Chlidonias bovendien gevoelig voor veranderingen in waterpeil en habitatkwaliteit, omdat geschikte broed- en foerageerplekken sterk afhankelijk zijn van goed ontwikkelde natte natuur.
Een gedeeld herkenningspunt binnen dit geslacht is de zwarte snavel, die bij alle soorten voorkomt en het slanke, sternachtige silhouet versterkt. De soorten verschillen onderling in details van verenkleed en ecologie, maar het algemene beeld is dat het wendbare vliegers zijn die vaak laag boven het water jagen en prooien van het oppervlak oppikken. De voorkeur voor zoetwater en moerasachtige landschappen maakt Chlidonias bovendien gevoelig voor veranderingen in waterpeil en habitatkwaliteit, omdat geschikte broed- en foerageerplekken sterk afhankelijk zijn van goed ontwikkelde natte natuur.
Zwarte stern
Foto’s © Jan Dolphijn
[LAT] *Chlidonias niger* |
[UK] Black Tern |
[FR] Guifette noire |
[DE] Trauerseeschwalbe |
[ES] Fumarel común |
[NL] Zwarte stern



Klik hier Zwarte stern
De zwarte stern (Chlidonias niger) is een slanke, sierlijke stern die sterk is verbonden met zoetwatermoerassen, plassen en laagveengebieden met brede rietkragen en drijvende vegetatie. In het broedseizoen valt de soort op door het donkere, vrijwel zwartgrijze verenkleed met contrasterend lichtere ondervleugels, terwijl buiten het broedseizoen een duidelijk lichtere kop en borst ontstaan met een donkere vlek bij het oor en een meer grijswit totaalbeeld. De zwarte snavel en het alerte, wendbare vliegbeeld passen goed bij het typische jachtgedrag laag boven het water.
Het voedsel bestaat vooral uit kleine visjes en waterinsecten, aangevuld met andere ongewervelden zoals libellen, kevers en soms kleine kreeftachtigen. Prooien worden vaak in een vloeiende vlucht van of net onder het wateroppervlak gepakt, waarbij korte duiken en snelle wendingen kenmerkend zijn. Tijdens trek en in de winter wordt ook gebruikgemaakt van kustwateren, estuaria en binnenlandse plassen, waar groepen foerageren boven open water of langs slikranden.
De voortplanting vindt meestal plaats in kolonies, vaak in moerasgebieden met drijvende plantenmatten, rietkragen of lage eilandjes, waar een nest als ondiep bouwsel van plantaardig materiaal wordt aangelegd. Doorgaans worden meerdere eieren gelegd en wordt het broeden gedeeld door beide oudervogels, met een sterke binding aan rustige, waterrijke plekken met voldoende voedsel in de directe omgeving. De soort is trekvogel; na de zomer volgt vertrek uit de broedgebieden en verplaatsing naar overwinteringsgebieden, waarbij doortrek ook in Nederland en omringende landen zichtbaar kan zijn, vooral boven grote wateren en natte natuurgebieden.
Het voedsel bestaat vooral uit kleine visjes en waterinsecten, aangevuld met andere ongewervelden zoals libellen, kevers en soms kleine kreeftachtigen. Prooien worden vaak in een vloeiende vlucht van of net onder het wateroppervlak gepakt, waarbij korte duiken en snelle wendingen kenmerkend zijn. Tijdens trek en in de winter wordt ook gebruikgemaakt van kustwateren, estuaria en binnenlandse plassen, waar groepen foerageren boven open water of langs slikranden.
De voortplanting vindt meestal plaats in kolonies, vaak in moerasgebieden met drijvende plantenmatten, rietkragen of lage eilandjes, waar een nest als ondiep bouwsel van plantaardig materiaal wordt aangelegd. Doorgaans worden meerdere eieren gelegd en wordt het broeden gedeeld door beide oudervogels, met een sterke binding aan rustige, waterrijke plekken met voldoende voedsel in de directe omgeving. De soort is trekvogel; na de zomer volgt vertrek uit de broedgebieden en verplaatsing naar overwinteringsgebieden, waarbij doortrek ook in Nederland en omringende landen zichtbaar kan zijn, vooral boven grote wateren en natte natuurgebieden.
Witwangstern
[LAT] *Chlidonias hybrida* |
[UK] Whiskered Tern |
[FR] Guifette moustac |
[DE] Weißbart-Seeschwalbe |
[ES] Fumarel cariblanco |
[NL] Witwangstern

Klik hier Genus Sterna
Sterna is een omvangrijk geslacht van sterns met wereldwijd verspreide soorten, met in totaal ongeveer 32 soorten. Binnen dit geslacht komen zowel kosmopolitische soorten voor als soorten met een veel beperkter verspreidingsgebied, en bij meerdere soorten worden verschillende ondersoorten onderscheiden. Het algemene beeld is dat sterns uit dit geslacht slanke, gestroomlijnde vliegers zijn die sterk aan kust- en waterrijke habitats zijn gebonden, al kan het gebruik van leefgebied per soort sterk variëren.
Kenmerkend is de smalle, spitse snavel, die in kleur kan variëren van zwart tot fel rood of geel en soms een lichte of juist donkerder punt heeft. Ook de lichaamsbouw is typisch: een relatief slank lichaam, lange vleugels en vaak een sierlijke, wendbare vlucht. Binnen het geslacht bestaat bovendien duidelijke variatie in formaat, van zeer grote soorten zoals de reuzenstern met een opvallend forse snavel, tot kleine soorten zoals de dwergstern die nauwelijks groter is dan een spreeuw.
Veel Sterna-soorten zijn uitgesproken trekvogels en leggen grote afstanden af tussen broed- en overwinteringsgebieden. Een bekend voorbeeld is de noordse stern, die broedt in hoge noordelijke breedten en in het zuidelijke zomerseizoen tot dicht bij het Antarctische pakijs kan worden aangetroffen. Deze sterke migratiecapaciteit hangt samen met het leven in open waterrijke landschappen, waar voedsel beschikbaarheid vaak seizoensgebonden verschuift en lange-afstandstrek een belangrijk onderdeel van de levenscyclus vormt.
Kenmerkend is de smalle, spitse snavel, die in kleur kan variëren van zwart tot fel rood of geel en soms een lichte of juist donkerder punt heeft. Ook de lichaamsbouw is typisch: een relatief slank lichaam, lange vleugels en vaak een sierlijke, wendbare vlucht. Binnen het geslacht bestaat bovendien duidelijke variatie in formaat, van zeer grote soorten zoals de reuzenstern met een opvallend forse snavel, tot kleine soorten zoals de dwergstern die nauwelijks groter is dan een spreeuw.
Veel Sterna-soorten zijn uitgesproken trekvogels en leggen grote afstanden af tussen broed- en overwinteringsgebieden. Een bekend voorbeeld is de noordse stern, die broedt in hoge noordelijke breedten en in het zuidelijke zomerseizoen tot dicht bij het Antarctische pakijs kan worden aangetroffen. Deze sterke migratiecapaciteit hangt samen met het leven in open waterrijke landschappen, waar voedsel beschikbaarheid vaak seizoensgebonden verschuift en lange-afstandstrek een belangrijk onderdeel van de levenscyclus vormt.
Visdief
[LAT] *Sterna hirundo* |
[UK] Common Tern |
[FR] Sterne pierregarin |
[DE] Flussseeschwalbe |
[ES] Charrán común |
[NL] Visdief






Forsters stern
[LAT] *Sterna forsteri* |
[UK] Forster’s Tern |
[FR] Sterne de Forster |
[DE] Forsters Seeschwalbe |
[ES] Charrán de Forster |
[NL] Forsters stern




Klik hier Visdief details
De visdief (Sterna hirundo) is een slanke, elegant gebouwde stern met lange, spitse vleugels en een diep gevorkte staart. In broedkleed vallen de zwarte kap, de zilvergrijze bovendelen en de helder rood-oranje snavel met zwarte punt op, samen met rood-oranje poten. Buiten het broedseizoen verdwijnen de felle kleuren grotendeels, wordt de snavel donkerder en ontstaat een lichtere kop met een duidelijke witte voorhoofdszone, waardoor het contrast met de donkere achterkruin minder uitgesproken is. In vlucht wordt vaak een licht, wendbaar silhouet gezien dat laag boven water jaagt en regelmatig op palen, boeien of strandjes rust.
Het leefgebied ligt zowel aan de kust als in het binnenland, zolang open water in de buurt is en er geschikte, rustige broedplekken aanwezig zijn. Broeden gebeurt bij voorkeur op schaars begroeide eilandjes, schelpenbanken, zandige of stenige platen en soms op kunstmatige locaties waar verstoring en predatie beperkt blijven. Een nest bestaat meestal uit een ondiepe kuil in zand of grond, vaak spaarzaam bekleed met wat plantenresten of aangespoeld materiaal. Broeden vindt veelal in kolonies plaats, al komen ook losse paren voor, en de jongen blijven na het uitkomen meestal dicht bij het nest in de luwte van de kolonie.
Voedsel bestaat vooral uit kleine vis, aangevuld met kreeftachtigen en grotere insecten wanneer die beschikbaar zijn. Jagen gebeurt typisch door een gerichte duikvlucht waarbij prooi net onder het wateroppervlak wordt gegrepen, soms na kort zoeken boven visrijke plekken. In de broedtijd kan een foerageergebied actief worden verdedigd, terwijl het aanbieden van vis een belangrijk onderdeel vormt van de balts en de band tussen de partnerdieren. De soort is uitgesproken trekvogel; na het broedseizoen volgt een geleidelijke vertrekperiode richting overwinteringsgebieden langs de (west-)Afrikaanse kusten, waarna in het voorjaar terugkeer plaatsvindt en broedlocaties opnieuw worden bezet.
Het leefgebied ligt zowel aan de kust als in het binnenland, zolang open water in de buurt is en er geschikte, rustige broedplekken aanwezig zijn. Broeden gebeurt bij voorkeur op schaars begroeide eilandjes, schelpenbanken, zandige of stenige platen en soms op kunstmatige locaties waar verstoring en predatie beperkt blijven. Een nest bestaat meestal uit een ondiepe kuil in zand of grond, vaak spaarzaam bekleed met wat plantenresten of aangespoeld materiaal. Broeden vindt veelal in kolonies plaats, al komen ook losse paren voor, en de jongen blijven na het uitkomen meestal dicht bij het nest in de luwte van de kolonie.
Voedsel bestaat vooral uit kleine vis, aangevuld met kreeftachtigen en grotere insecten wanneer die beschikbaar zijn. Jagen gebeurt typisch door een gerichte duikvlucht waarbij prooi net onder het wateroppervlak wordt gegrepen, soms na kort zoeken boven visrijke plekken. In de broedtijd kan een foerageergebied actief worden verdedigd, terwijl het aanbieden van vis een belangrijk onderdeel vormt van de balts en de band tussen de partnerdieren. De soort is uitgesproken trekvogel; na het broedseizoen volgt een geleidelijke vertrekperiode richting overwinteringsgebieden langs de (west-)Afrikaanse kusten, waarna in het voorjaar terugkeer plaatsvindt en broedlocaties opnieuw worden bezet.
Sierlijke stern
[LAT] *Sterna elegans* |
[UK] Elegant Tern |
[FR] Sterne élégante |
[DE] Elegante Seeschwalbe |
[ES] Charrán elegante |
[NL] Sierlijke stern



Grote stern
[LAT] *Thalasseus sandvicensis* |
[UK] Sandwich Tern |
[FR] Sterne caugek |
[DE] Brandseeschwalbe |
[ES] Charrán patinegro |
[NL] Grote stern








Reuzenstern
[LAT] *Hydroprogne caspia* |
[UK] Caspian Tern |
[FR] Sterne caspienne |
[DE] Raubseeschwalbe |
[ES] Charrán caspio |
[NL] Reuzenstern


Grootsnavelstern
[LAT] *Phaetusa simplex* |
[UK] Large-billed Tern |
[FR] Sterne à gros bec |
[DE] Großschnabelseeschwalbe |
[ES] Gaviotín picudo |
[NL] Grootsnavelstern


Incastern
[LAT] *Larosterna inca* |
[UK] Inca Tern |
[FR] Sterne inca |
[DE] Inkaseeschwalbe |
[ES] Zarcillo |
[NL] Incastern


Dwergstern
[LAT] *Sternula albifrons* |
[UK] Little Tern |
[FR] Sterne naine |
[DE] Zwergseeschwalbe |
[ES] Charrancito común |
[NL] Dwergstern

Australische lachstern
[LAT] *Gelochelidon nilotica macrotarsa* |
[UK] Gull-billed Tern |
[FR] Sterne hansel |
[DE] Lachseeschwalbe |
[ES] Pagaza piconegra |
[NL] Australische lachstern

