Meliphagidae, ook wel honingeters genoemd, vormen een familie van zangvogels die voornamelijk voorkomen in Australië, Nieuw-Guinea, Indonesië, de eilanden in de Stille Oceaan en delen van Zuidoost-Azië. Ze staan bekend om hun gespecialiseerde tong, die aangepast is om nectar uit bloemen te halen, hoewel ze daarnaast ook insecten, fruit en honingdauw eten.
Deze vogels variëren in grootte van klein tot middelgroot, met een lengte tussen de tien en veertig centimeter. Ze hebben vaak een slanke snavel, die bij sommige soorten gebogen is om gemakkelijker nectar te kunnen opzuigen. Hun verenkleed is meestal onopvallend van kleur, zoals bruin, grijs of groen, maar er zijn ook soorten met fellere accenten in geel, rood of blauw. Honingeters zijn over het algemeen actieve en luidruchtige vogels die hun territorium fel verdedigen. Sommige soorten migreren, terwijl anderen standvogels zijn en hun hele leven in hetzelfde gebied blijven.
Wat betreft voortplanting bouwen honingeters meestal komvormige nesten in bomen of struiken en leggen ze kleine legsels, doorgaans bestaande uit één tot drie eieren.
Ecologisch gezien spelen honingeters een belangrijke rol in de bestuiving van inheemse planten, waaronder eucalyptus en banksia. Ze zijn onmisbaar voor veel Australische en Pacifische ecosystemen, waar ze bijdragen aan de verspreiding van zaden en het behoud van de biodiversiteit.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Caligavis details
Soorten binnen Caligavis zijn vrij slank gebouwd en hebben een middelgrote, iets gebogen snavel die goed geschikt is voor het opnemen van nectar, kleine vruchten en insecten. Het verenkleed is meestal overwegend olijfbruin, grijsgroen of onopvallend getint, maar de koptekening kan vrij duidelijk zijn. Bij sommige soorten zijn opvallende gezichtsstrepen of keelmarkeringen aanwezig, waardoor het geslacht ondanks de sobere kleuren toch goed herkenbare vertegenwoordigers heeft.
Deze vogels leven vooral in bossen, bosranden, struikgewas en andere boomrijke habitats. Afhankelijk van de soort worden zowel laaglandbossen als bergbossen benut. Het voedsel bestaat uit nectar, insecten en andere kleine ongewervelden, aangevuld met vruchten of andere plantaardige bestanddelen. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht een rol als zowel bestuiver als insectenjager in de vegetatie.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een kleine, komvormige bouw van plantenvezels, gras en ander fijn materiaal en ligt in struiken of bomen. Beide oudervogels zijn betrokken bij de zorg voor de jongen. Door de combinatie van sobere kleuren, duidelijke koptekening en een levenswijze in boomrijke habitats vormt Caligavis een karakteristiek geslacht binnen de Australische en Nieuw-Guinese honingeters.
Geelmaskerhoningeter






Genus Meliphaga details
Soorten binnen Meliphaga zijn meestal vrij slank gebouwd en hebben een middelgrote, licht gebogen snavel die goed geschikt is voor het opnemen van nectar, insecten en kleine vruchten. Het verenkleed is vaak overwegend olijfbruin, grijsgroen of anderszins vrij onopvallend van kleur. Bij verschillende soorten zijn echter duidelijke gezichtstekeningen, keelmarkeringen of oorvlekken aanwezig, waardoor zij in het veld toch goed herkenbaar kunnen zijn.
Deze vogels leven vooral in bossen, bosranden, struikgewas en soms ook in meer open boomrijke landschappen. Het voedsel bestaat uit nectar, insecten en andere kleine ongewervelden, aangevuld met vruchten of ander plantaardig materiaal. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht zowel een rol als insectenjager als in de bestuiving van bloeiende planten.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een kleine, komvormige bouw van gras, plantenvezels en ander fijn materiaal en ligt in struiken of bomen. Beide oudervogels nemen doorgaans deel aan de zorg voor de jongen. Door de combinatie van vrij sobere kleuren, subtiele koptekening en een levenswijze in boomrijke habitats vormt Meliphaga een karakteristiek geslacht binnen de Australische en Nieuw-Guinese honingeters.
Geeloorhoningeter





Genus Lichmera details
Soorten binnen Lichmera zijn meestal slank gebouwd en hebben een middelgrote, licht gebogen snavel die geschikt is voor het opnemen van nectar, insecten en kleine vruchten. Het verenkleed is vaak vrij onopvallend met olijfbruine, grijze, groenige of gelige tinten, maar bij verschillende soorten zijn keelvlekken, oorstrepen of lichtere onderdelen aanwezig. Daardoor kunnen soorten binnen dit geslacht subtiel maar toch goed herkenbaar zijn in geschikt leefgebied.
Deze vogels leven vooral in bossen, bosranden, mangroven, struikvegetaties, tuinen en andere boomrijke landschappen. Veel soorten zijn sterk verbonden aan bloeiende bomen en struiken, waar nectar wordt gezocht. Daarnaast worden ook insecten en andere kleine ongewervelden gevangen, vaak tussen bladeren, bloemen en twijgen. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht een rol als bestuiver en als kleine insectenjager.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een kleine, komvormige bouw van gras, vezels, spinrag en ander fijn materiaal en ligt in struiken of bomen. Beide oudervogels zijn doorgaans betrokken bij de verzorging van de jongen. Door de combinatie van kleine afmetingen, sobere kleuren en een voorkeur voor nectar en insecten vormt Lichmera een karakteristiek geslacht binnen de tropische honingeters.
Parkhoningeter



Genus Phylidonyris details
Soorten binnen Phylidonyris zijn slank gebouwd en hebben een middelgrote, licht gebogen snavel die goed geschikt is voor het opnemen van nectar en kleine ongewervelden. Het verenkleed is vaak contrastrijker dan bij veel andere honingeters, met duidelijke zwart-witte patronen, lichte wangvlekken of opvallende markeringen aan keel en flanken. Daardoor zijn deze vogels in bloeiende struiken en open bosranden vaak goed te herkennen.
Deze vogels leven vooral in heide, struikgewas, open bos, bosranden en andere boomrijke of bloemrijke habitats. Nectar vormt een belangrijk deel van het voedsel, maar daarnaast worden ook insecten en andere kleine ongewervelden gegeten. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht zowel een rol als bestuiver als als insectenjager in de vegetatie.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een kleine, komvormige bouw van gras, plantenvezels en ander fijn materiaal en ligt in struiken of lage bomen. Beide oudervogels zijn doorgaans betrokken bij de zorg voor de jongen. Door de combinatie van actieve levenswijze, voorkeur voor nectar en duidelijke tekening vormt Phylidonyris een karakteristiek Australisch geslacht binnen de honingeters.
Witooghoningeter






Genus Acanthorhynchus details
Soorten binnen Acanthorhynchus zijn klein, sierlijk en levendig. Het verenkleed is meestal vrij contrastrijk, met donkere bovendelen en lichtere onderdelen, vaak aangevuld met opvallende gezichtstekeningen of strepen. De lange, dunne snavel en de eveneens lange tong maken deze vogels bijzonder geschikt voor het benutten van bloeiende struiken en bomen. Door de combinatie van het fijne silhouet en de gespecialiseerde snavelvorm zijn deze honingeters goed te herkennen.
Deze vogels leven vooral in bossen, bosranden, struikgebieden, heideachtige vegetaties en tuinen met voldoende bloeiende planten. Nectar vormt een belangrijk deel van het voedsel, maar daarnaast worden ook kleine insecten en andere ongewervelden gegeten. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht zowel een rol als bestuiver als als kleine insectenjager.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een kleine, fijne kom van gras, plantenvezels en spinrag en hangt of rust in dichte struiken of lage bomen. Beide oudervogels kunnen betrokken zijn bij de verzorging van de jongen. Door de combinatie van kleine afmetingen, gespecialiseerde snavel en voorkeur voor nectarrijke vegetatie vormt Acanthorhynchus een karakteristiek Australisch geslacht binnen de honingeters.
Zwarthalshoningvogel






Genus Anthochaera details
Soorten binnen Anthochaera zijn middelgrote tot grote honingeters met een vrij krachtige bouw, een middelgrote tot lange, licht gebogen snavel en vaak een opvallende kop- en keeltekening. Bij sommige soorten zijn de kenmerkende kale lellen aanwezig waaraan de groep haar Engelse naam ontleent. Het verenkleed is meestal samengesteld uit bruine, grijze, zwartachtige en gelige tinten, vaak met duidelijke strepen, vlekken of contrasterende markeringen. Daardoor zijn deze vogels in het veld meestal goed herkenbaar, zeker in combinatie met hun luide gedrag.
Deze vogels leven vooral in open bossen, bosranden, heide, struikgewas en soms ook in tuinen en parken. Nectar vormt een belangrijk deel van het voedsel, maar daarnaast worden ook insecten, andere kleine ongewervelden en soms vruchten gegeten. Veel soorten zijn actief in bloeiende bomen en struiken, waar zij zowel nectar opnemen als prooien van bladeren en takken verzamelen. Daardoor vervullen soorten uit dit geslacht een rol als bestuiver en als insectenjager.
De voortplanting sluit aan bij die van andere honingeters. Het nest is meestal een komvormige bouw van gras, bastvezels en ander fijn materiaal en ligt in bomen of struiken. Beide oudervogels kunnen betrokken zijn bij de zorg voor de jongen. Door de combinatie van forse bouw, vaak opvallende kopversiering en een luidruchtige levenswijze vormt Anthochaera een zeer karakteristiek Australisch geslacht binnen de honingeters.
Kleine lelhoningeter







Brilhoningeter



Roodlelhoningeter




Belhoningeter






Withalshoningeter






Tuinhoningeter






Geschubde / Witoor- / Bruine Diadeemhoningeter
[latijn]Anthochaera phrygia | [UK] Regent Honeyeater | [NL] Gechubde honingeter
[latijn]Nesoptilotis leucotis | [UK] White-eared honeyeater | [NL] Witoorhoningeter
[latijn]Melithreptus brevirostris | [UK] Brown-headed honeyeater | [NL] Bruine diadeemhoningeter


