De Pelecanidae zijn een kleine, maar opvallende familie van grote watervogels, beter bekend als pelikanen. Ze zijn wereldwijd bekend door hun enorme snavel met een elastische keelzak, die ze gebruiken om vis te vangen. Pelikanen komen voor op alle continenten behalve Antarctica, en leven meestal in de buurt van zoet of zout water: meren, rivieren, lagunes en kusten.
Het zijn sociale vogels, die vaak in groepen foerageren, rusten en broeden. Bij het vissen werken ze soms samen om scholen vis bijeen te drijven. In de lucht zijn het verrassend gracieus zwevende vogels, ondanks hun omvang.
Er zijn wereldwijd acht soorten pelikanen, waarvan de witte pelikaan (Pelecanus onocrotalus) en de bruine pelikaan (Pelecanus occidentalis) het meest bekend zijn. Hun unieke anatomie en opvallende gedrag maken hen geliefd bij vogelaars én symboolfiguren in cultuur en religie.
Alle foto’s © Jan Dolphijn
Genus Pelecanus
Soorten binnen dit geslacht zijn grote, zwaar gebouwde vogels met brede vleugels, een lange snavel en een opvallende huidzak aan de onderzijde van de snavel. Deze keelzak wordt gebruikt bij het vangen en tijdelijk vasthouden van voedsel. Het verenkleed is vaak overwegend licht, wit of bleekgrijs, maar bij verschillende soorten komen ook duidelijke donkere vleugelpartijen of roze tinten voor. Door de enorme spanwijdte en het trage, krachtige vliegbeeld zijn pelikanen in het veld zeer opvallend.
De meeste soorten uit dit geslacht zijn niet strikt aan zee gebonden. Veel pelikanen leven ook op grote zoetwatermeren, rivieren, lagunes, moerassen en andere binnenlandse wateren. Toch worden alle soorten ook in kustgebieden van hun verspreidingsgebied aangetroffen. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vis. Anders dan de bruine pelikaan duiken de meeste soorten uit Pelecanus niet van grote hoogte het water in, maar zoeken zij voedsel aan het oppervlak of in ondiep water. Vaak gebeurt dat zwemmend, soms in groepen, waarbij vissen bijeen worden gedreven en vervolgens met de snavel en keelzak worden opgeschept.
De voortplanting vindt meestal plaats in kolonies, vaak op eilanden, zandbanken, moerasgebieden of rustige oeverzones. Het nest kan bestaan uit een eenvoudige kuil op de grond of een hoop plantenmateriaal, afhankelijk van de soort en het leefgebied. Door de combinatie van grote afmetingen, groepsgedrag, oppervlaktejacht en de karakteristieke keelzak vormt Pelecanus een zeer herkenbaar geslacht binnen de grote watervogels.
Bruine pelikaan






Bruine Pelikaan details
De bruine pelikaan is een grote kustvogel met een lange grijsachtige snavel en een zeer grote keelzak. De kop is wit met een licht gelige tint op de kruin. Rug, stuit en staart zijn grijsbruin tot donkerbruin gestreept, terwijl borst en buik donkerder zwartbruin zijn. De ogen zijn bleekgeel en de poten en voeten zwart. Jonge vogels hebben een bruinergrijze hals en een lichtere onderzijde. Net als andere pelikanen heeft deze soort een enorme keelzak, die wordt gebruikt om prooien uit het water te scheppen en overtollig water te laten weglopen voordat de vis wordt doorgeslikt. De vis wordt niet in de keelzak vervoerd, maar verder in keel of slokdarm.
Deze soort leeft vooral in ondiepe kustwateren, estuaria en beschutte baaien in de Amerika’s. Geschikte leefgebieden zijn onder meer zandige stranden, lagunes, havens, pieren, rotskusten en andere mariene kustzones. De bruine pelikaan is veel sterker aan zee gebonden dan de meeste andere pelikanen en wordt slechts af en toe landinwaarts gezien. Het zwaartepunt ligt duidelijk in kustgebieden met voldoende ondiep water en visrijke omstandigheden.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vis. Daarbij vormen haringachtigen en andere kleine scholenvis vaak het grootste deel van het menu. Daarnaast worden soms ook kreeftachtigen gegeten. De bruine pelikaan is bijzonder binnen de pelikanen omdat deze soort van boven uit de lucht het water in duikt om prooi te vangen. Daarbij worden kleine vissen opgeschept met de snavel en de keelzak. Dat duikgedrag onderscheidt deze soort duidelijk van de meeste andere pelikanen, die vooral aan het wateroppervlak foerageren.
De broedtijd piekt meestal in maart en april. Het mannetje kiest de nestplaats en lokt een vrouwtje met baltsgedrag. Er wordt in kolonies gebroed, in bomen, struiken of op de grond. Nesten in bomen bestaan uit riet, gras, stro en takken, terwijl grondnesten vaak ondiepe kuilen zijn met veren en een opgeworpen rand van zand of aarde. Gewoonlijk worden twee tot drie kalkachtig witte eieren gelegd. Beide oudervogels broeden en de broedduur bedraagt ongeveer achtentwintig tot dertig dagen. Jonge vogels uit grondnesten verlaten het nest na ongeveer vijf weken, terwijl jongen uit boomnesten pas later uitvliegen.
Roze Pelikaan




Roze Pelikaan details
De roze pelikaan is een zeer grote, overwegend lichte pelikaan met een wit tot licht rozig verenkleed. In vlucht is de soort goed herkenbaar aan het contrast tussen de lichte vleugeldekveren en de donkere slagpennen, die vooral aan de onderzijde sterk afsteken. Van dichtbij vallen de grote geelachtige snavel en keelzak op, evenals de rode ogen en de uitgestrekte kale huid rond het oog. In vergelijking met andere pelikanen uit hetzelfde gebied oogt deze soort doorgaans schoner wit en minder grijzig. Jonge vogels zijn minder contrastrijk en vaak moeilijker te onderscheiden.
Deze soort leeft in Europa vooral bij zoetwatermeren, delta’s, moerassen en zwampen waar voldoende rietvelden of grasrijke nestplaatsen aanwezig zijn. In Afrika worden zowel laaglandmeren als alkalische en zoetwatermeren gebruikt. Voor de manier van vissen is ondiep en relatief warm water belangrijk. De roze pelikaan is daarom vooral gebonden aan uitgestrekte open wateren met rustige ondiepe delen.
Het voedsel bestaat vrijwel geheel uit vis. In Europa worden vooral karperachtigen gegeten, terwijl in Afrika onder meer cichliden belangrijk zijn. Grote vissen vormen het grootste deel van het dieet. De dagelijkse voedselbehoefte is aanzienlijk. De soort foerageert vaak in groepen en staat bekend om het gezamenlijke vissen. Daarbij vormen meerdere pelikanen een halfronde linie op het water, drijven de vissen naar ondieper water en scheppen ze vervolgens op met de snavel en keelzak. Daarna wordt de snavel geheven en de vis in één keer doorgeslikt.
De broedtijd valt in Europa vooral in het voorjaar, terwijl in Afrika het hele jaar door gebroed kan worden afhankelijk van de omstandigheden. De roze pelikaan broedt in grote kolonies dicht bij water. Tijdens de balts toont het mannetje opvallende kleuren van de keelzak en kopveren. De paarvorming, keuze van de nestplaats en nestbouw verlopen meestal snel. Het nest ligt op de grond en bestaat uit een hoop takken of uit weinig meer dan een kale plek op de bodem. Gewoonlijk worden twee eieren gelegd. De broedduur bedraagt ongeveer negenentwintig tot zesendertig dagen. De jongen vliegen na ongeveer vijfenzestig tot vijfenzeventig dagen uit. De soort bereikt de geslachtsrijpheid meestal op een leeftijd van drie tot vier jaar.
Australische pelikaan








Australische pelikaan details
De Australische pelikaan is een zeer grote watervogel met een overwegend wit verenkleed en contrasterende zwarte vleugelpartijen. De snavel is uitzonderlijk lang en behoort tot de langste van alle vogelsoorten. Onder de snavel hangt een enorme keelzak waarmee vissen uit het water worden opgeschept. De ogen zijn bleek en de poten zijn stevig en vrij kort in verhouding tot het zware lichaam. In vlucht valt de soort op door de grote spanwijdte, de trage krachtige vleugelslagen en de duidelijke zwart-witte tekening van de vleugels.
Deze soort leeft zowel aan de kust als in het binnenland en benut een breed scala aan watergebieden. Grote meren, lagunes, rivierarmen, estuaria, moerassen, zoutmeren, reservoirs en kustwateren worden allemaal gebruikt. De Australische pelikaan is niet strikt aan zee gebonden en kan ook diep landinwaarts voorkomen, vooral wanneer na regenval tijdelijke wateren ontstaan. Daardoor is het een zeer mobiele soort die snel kan inspelen op wisselende omstandigheden.
Het voedsel bestaat vrijwel geheel uit vis, al worden ook soms andere waterdieren gegeten. Meestal wordt in groepen gefoerageerd, waarbij meerdere vogels gezamenlijk vissen naar ondieper water drijven. Daarna worden de prooien met de snavel en keelzak opgeschept. In tegenstelling tot duikende pelikanen wordt het voedsel vooral aan het wateroppervlak of in ondiep water gevangen. De soort foerageert vaak sociaal en kan op visrijke plaatsen in grote aantallen bijeenkomen.
De voortplanting vindt meestal plaats wanneer de wateromstandigheden gunstig zijn en voldoende voedsel beschikbaar is. Daardoor is het broedseizoen niet overal gelijk en hangt het sterk samen met regenval en overstromingen. Er wordt in kolonies gebroed, vaak op eilanden, zandbanken of open oevers bij grote wateren. Het nest is meestal een eenvoudige kuil op de grond, soms met wat plantenmateriaal bekleed. Gewoonlijk worden één tot drie eieren gelegd. Beide oudervogels nemen deel aan het broeden en aan de verzorging van de jongen. Door het zwervende gedrag en de sterke afhankelijkheid van tijdelijke natte omstandigheden is de Australische pelikaan een zeer karakteristieke vogel van het Australische landschap.
Kleine pelikaan



Kleine pelikaan details
De kleine pelikaan is duidelijk kleiner en slanker gebouwd dan de grotere witte pelikanen. Het verenkleed is overwegend licht, met een zacht grijswitte tot bleekroze indruk. De rug heeft vaak een subtiele roze tint, wat in de Nederlandse en wetenschappelijke naam terugkomt. De vleugels tonen donkere slagpennen die in vlucht contrasteren met de lichtere lichaamskleur. De snavel is lang en voorzien van de karakteristieke keelzak, waarmee vis uit het water wordt opgeschept. Door de relatief sierlijke bouw oogt deze soort minder massief dan bijvoorbeeld de roze pelikaan.
Deze soort leeft vooral bij zoetwatermeren, lagunes, moerassen, rivieroevers, overstromingsgebieden en andere waterrijke landschappen in Afrika. Ook bomen in de nabijheid van water zijn belangrijk, omdat de kleine pelikaan vaak in bomen rust en broedt, wat binnen het geslacht een opvallend kenmerk is. Zowel in het binnenland als in kustnabije wetlands kan de soort worden aangetroffen.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vis. Meestal wordt aan het wateroppervlak of in ondiep water gefoerageerd, vaak alleen of in kleine groepen. Net als andere pelikanen schept deze soort prooien op met de snavel en keelzak, waarna overtollig water wordt afgevoerd voordat de vis wordt doorgeslikt. Door deze jachtwijze is de kleine pelikaan goed aangepast aan rustige, visrijke wateren.
De voortplanting vindt meestal plaats in kolonies. In tegenstelling tot veel andere pelikanen wordt vaak in bomen genesteld, meestal op beschutte plaatsen nabij water. Het nest bestaat uit takken en ander plantaardig materiaal. Beide oudervogels nemen deel aan het broeden en aan de verzorging van de jongen. Door de combinatie van kleinere afmetingen, boomnestelen en de zachte roze zweem in het verenkleed is de kleine pelikaan een karakteristieke Afrikaanse pelikaan.
Kroeskoppelikaan


Kroeskoppelikaan details
De kroeskoppelikaan is een enorme, licht gekleurde watervogel met een overwegend wit tot zilverachtig verenkleed. In broedkleed oogt de vogel vaak helder zilverwit. Opvallend zijn de ruige, bossige kuifveren in de nek, die de soort de Nederlandse naam hebben gegeven. De kale huid rond het oog is geelachtig tot paarsig en de keelzak is aan het begin van de broedtijd oranjerood, later geler. De ondervleugel is lichtgrijs en wordt donkerder naar de vleugelpunten toe. Door de grote afmetingen, de ruige achterkop en de lichtere vleugelonderzijde is deze soort goed te onderscheiden van andere pelikanen.
Deze soort leeft vooral in grote wetlands, meren, delta’s en estuaria. Van oorsprong was de kroeskoppelikaan waarschijnlijk vooral een soort van zoetwatergebieden in het binnenland, maar tegenwoordig wordt in sommige delen van het areaal ook in brakke lagunes gebroed. Voor broeden en rusten zijn veilige, door water geïsoleerde plaatsen nodig, zoals eilanden, zandbanken of door water omgeven rietvelden. Zulke plekken beschermen tegen verstoring en tegen roofdieren van het vasteland. Ook het waterbeheer in wetlands is van groot belang, omdat geschikte ondiepe visrijke wateren nodig zijn om succesvol te kunnen foerageren en broeden.
Het voedsel bestaat uitsluitend uit vis. Er wordt alleen of in groepen gefoerageerd. Welke vissoorten worden gegeten hangt vooral af van het lokale aanbod. In lagunes worden onder meer paling, harders, grondels en zandspieringen gegeten, terwijl in binnenlandse zoetwatergebieden vooral karperachtigen belangrijk zijn. De gevangen vissen variëren sterk in grootte. Soms wordt ver van de broedkolonie naar voedsel gezocht. Voor succesvol foerageren is vooral een hoge visdichtheid belangrijk.
De broedkolonies liggen op meren, in delta’s en estuaria, bij voorkeur in of nabij rietvelden. Broedvogels arriveren vaak al in februari en de eileg begint meestal kort daarna. Gewoonlijk worden maximaal vier eieren gelegd, maar het gemiddelde legsel is kleiner. De broedduur bedraagt ongeveer eenendertig tot tweeëndertig dagen. De jongen vliegen pas na ongeveer elf tot twaalf weken uit. De belangrijkste sterfte tijdens het broedseizoen treedt op in het eistadium, en het broedsucces kan sterk schommelen door verstoring, predatie en wateromstandigheden. Bij goed beschermde kolonies kunnen twee jongen worden grootgebracht, wat laat zien dat deze soort zich onder gunstige omstandigheden goed kan herstellen.