Grote en gevarieerde familie van zangvogels die voornamelijk voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika. Ze behoren tot de orde van de Passeriformes en staan bekend om hun vaak onopvallende uiterlijk, maar bijzonder inventieve nestbouw. De naam “kammeester” verwijst naar het opvallende nest van sommige soorten, dat lijkt op een ouderwetse oven of kamer – vandaar de Engelse naam ovenbirds voor een deel van deze familie.
Furnariidae omvat soorten als de rietkruiper (Synallaxis), de ovenvogel (Furnarius) en diverse bodembewonende soorten. Ze bewonen uiteenlopende habitats, van regenwouden en berggebieden tot droge struikgewassen. Ondanks hun bescheiden verenkleed spelen ze een belangrijke ecologische rol als insecteneters en zijn ze geliefd bij vogelaars vanwege hun unieke gedrag en vaak karakteristieke zang.
De Geelkeelstekelstaart (Certhiaxis cinnamomeus) is een standvogel in grote delen van noordelijk en oostelijk Zuid-Amerika (o.a. de Guiana’s, Trinidad, noordoostelijk Venezuela en Brazilië) en is in Suriname een (zeer) algemene soort in waterrijke gebieden met dichte begroeiing. Hij leeft vooral in moerassen, langs zoetwaterplassen en aan de randen van mangroven. Herkenning: warm kastanjebruin boven, lichte onderzijde en een opvallend geel kinnetje/keel; de staart is lang en “stekelig”. Hij zoekt laag in de vegetatie naar insecten en spinnetjes. Het nest is een bolvormige constructie van takjes met een zij-ingang, meestal 1–2 m boven de grond; de soort staat als Niet Bedreigd (LC) op de IUCN-lijst.
De priemsnavelmuisspecht (Dendroplex picus) is een standvogel van bosranden en halfopen bos in noordelijk Zuid-Amerika en delen van Midden-Amerika. In Suriname is dit vaak de meest algemene muisspecht in de kuststreek, vooral bij mangroven, várzea (overstromingsbos), secundair bos en sterk verstoorde bosresten. Je herkent hem aan de donkerbruine kop met witte spikkels, de roestkastanjebruine rug en de forse, wit-zwart gestreepte borst; snavel opvallend recht. Hij zoekt meestal alleen of in paren langs stammen en takken naar kevers, mieren en andere kleine ongewervelden (soms ook kleine kikkers of hagedissen), vaak aansluitend bij gemengde vogelgroepen. Het nest ligt in een natuurlijke holte of oude spechtenholte (ook in termietenbouw); legsel meestal 2–3 witte eieren, en beide ouders broeden en voeren de jongen. Status: Niet bedreigd (LC).
De bruinkeelmuisspecht (Dendrexetastes rufigula) is een standvogel van het Amazonegebied en de Guyana’s, met verspreiding in o.a. Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Peru, Suriname, Trinidad en Venezuela. Hij leeft vooral in vochtig laaglandbos (terra firme én overstroomd bos), maar in de Guyana’s ook in savannebos, meestal langs bosranden en bij water. Kenmerkend zijn de donkerbruine kruin met witte spikkels, de roestkastanjebruine rug, de bruine borst met lichte strepen en een warm buff/bruine keel; vaak vallen ook lichte vlekjes op ter hoogte van de schouder op. Hij foerageert meestal alleen (soms met fruit erbij), vooral op middelbare hoogte tot in de kruinen van (palm)bossen, waar hij prooi van takken en stammen plukt. Het nest ligt in een boomholte of een oude spechtenholte; legsel doorgaans 2–3 eieren. Status: Niet bedreigd (LC).