De Hemiprocnidae, of boomgierzwaluwen, vormen een kleine familie van slanke, sierlijke vogels die nauw verwant zijn aan de gierzwaluwen. Ze komen uitsluitend voor in Zuidoost-Azië en delen van Oceanië. In tegenstelling tot gierzwaluwen, die voortdurend in de lucht leven, rusten boomgierzwaluw vaak op takken en hebben ze opvallende kuiven en kleurrijke patronen op hun kop of vleugels.
Er zijn vier soorten binnen deze familie, waaronder de kleine boomgierzwaluw (Hemiprocne comata). Ze zijn behendige vliegers en vangen insecten in de lucht, net als gierzwaluwen, maar hebben een opvallender uiterlijk en gedrag. Ze nestelen vaak op open takken, soms zelfs boven water, waarbij ze hun eitje vastlijmen op het nest met speeksel.
Een unieke combinatie van elegantie, luchtacrobatiek en rustgedrag maakt deze vogels bijzonder binnen de orde van de gierzwaluwachtigen.
Klik hier Genus Hemiprocne
In gedrag combineren Hemiprocne-soorten een “zit-en-scheer”-strategie met korte, snelle uitvallen. Prooien bestaan vooral uit vliegende insecten die in de lucht worden gegrepen na een korte achtervolging vanaf een uitkijkpost. Door de lange vleugels en wendbare vlucht kan boven open plekken, bosranden en langs waterpartijen efficiënt worden gejaagd, terwijl rust- en uitkijkplaatsen juist meestal in bomen blijven.
De verspreiding van het genus ligt in de tropen en subtropen van Zuid- en Zuidoost-Azië, met soorten die voorkomen op het vasteland en op eilanden zoals Sumatra, Borneo, de Filipijnen en omliggende regio’s. Binnen het genus worden doorgaans vier soorten onderscheiden, waaronder de kuifboomgierzwaluw en de kleine boomgierzwaluw.
Voortplanting vindt plaats in bomen. Het nest is typisch een ondiep, half-komvormig platform van speeksel, vaak vermengd met fijne plantaardige vezels, mos of veertjes, en aan één zijde tegen een tak vastgeplakt. De leg bestaat meestal uit één ei dat met speeksel aan het nestoppervlak kan worden “vastgelijmd”, wat het risico op uit het nest rollen beperkt. Broeden en verzorgen gebeurt door beide oudervogels, vaak zittend vlak bij het nest zodat warmte en beschutting over het ei of jong kunnen worden gegeven.
Kleine boomgierzwaluw



Klik hier Kleine boomgierzwaluw details
De soort komt voor op het Maleis schiereiland, Sumatra, Borneo en in delen van de Filipijnen. Het gaat overwegend om een standvogel, al kunnen lokale verplaatsingen optreden wanneer voedselbeschikbaarheid of weersomstandigheden veranderen.
Het uiterlijk wordt gekenmerkt door een slanke bouw, lange sikkelvormige vleugels en een relatief lange staart. Opvallend zijn de contrastrijke koptekening met lichte “snorharen” en een subtiele kuifachtige indruk op de kruin. Het gedrag bestaat vaak uit vanaf een hoge, open uitkijkpost zitten en vervolgens korte, snelle uitvallen om prooien in de lucht te grijpen. Bij gunstig insectenaanbod kan foerageren in kleine groepjes plaatsvinden.
De leefomgeving bestaat vooral uit laagland en lokaal heuvelachtig tropisch bos, met voorkeur voor bosranden, open plekken in het bos en structuurrijke mozaïeken van volwassen en secundair bos. Ook langs riviercorridors en in geschikte aanplant kan de soort aanwezig zijn, mits er voldoende hoge uitkijkposten zijn.
Het voedsel bestaat vrijwel volledig uit vliegende insecten die in de lucht worden gevangen, zoals kevers, vliegen, bijen en wespen, mieren, termieten en andere zwermende insecten. Jachtvluchten verlopen vaak langs boomkruinen, boven open plekken en langs bosranden, met een afwisseling van korte glijmomenten en snelle vleugelslagen.
De voortplanting vindt plaats met een klein, ondiep nestje van fijne twijgjes, plantmateriaal en speeksel, vastgezet op een horizontale tak of tegen een stevige takaanzet. Het legsel is doorgaans klein; bij boomgierzwaluwen komt een enkel ei vaak voor. Zowel broeden als het verzorgen van de jongen gebeurt door beide ouders, en na het uitvliegen blijven jongen meestal nog enige tijd in de buurt van de nestplaats.