De familie Gaviidae, oftewel duikers, bestaat uit middelgrote tot grote watervogels die gespecialiseerd zijn in het jagen onder water. Ze komen uitsluitend voor op het noordelijk halfrond en broeden op meren in noordelijke, vaak afgelegen gebieden. Duikers zijn uitstekende zwemmers en duikers, met gestroomlijnde lichamen, poten ver naar achteren geplaatst en een scherpe, dolkvormige snavel. Ze voeden zich vooral met vis, die ze onder water vangen met snelle, gerichte bewegingen. Buiten het broedseizoen trekken ze naar kustgebieden. Hun roep – vaak een melancholisch gehuil – is kenmerkend en draagt ver over het water. De familie omvat slechts één geslacht (Gavia) en vijf soorten.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Gavia details
Soorten binnen dit geslacht hebben een langgerekt lichaam, stevige poten die ver naar achteren op het lichaam zijn geplaatst en een rechte, spitse snavel. Daardoor zijn het uitstekende duikers, maar op het land bewegen zij zich minder gemakkelijk. De soorten lijken in bouw en leefwijze sterk op elkaar, maar zijn meestal goed van elkaar te onderscheiden door de vorm en grootte van de snavel, de kopvorm en details in het verenkleed. Alleen de parelduiker en de geelsnavelduiker kunnen onder bepaalde omstandigheden meer op elkaar lijken dan de andere soorten.
Duikers leven vooral van vis, maar eten daarnaast ook andere waterdieren zoals kreeftachtigen en weekdieren. Het voedsel wordt onder water gevangen, waarbij de vogels diep en doelgericht duiken. Door de gestroomlijnde lichaamsbouw en krachtige poten zijn soorten uit Gavia volledig aangepast aan een leven in en op het water.
De voortplanting vindt plaats aan de oevers van meren en rustige wateren in noordelijke gebieden. Het nest ligt meestal dicht bij het water, zodat de oudervogels gemakkelijk het nest kunnen verlaten en weer bereiken. Door de combinatie van krachtige duikcapaciteiten, noordelijke verspreiding en opvallende snavelvormen vormt Gavia een zeer karakteristiek geslacht binnen de watervogels.
Parelduiker



Parelduiker details
De parelduiker is een middelgrote duiker, qua bouw tussen de roodkeelduiker en de ijsduiker in. In broedkleed is de bovenzijde zwartachtig met opvallende rechthoekige witte vlekken op de rug en schouderveren. De onderzijde is wit en op de zijkanten van de bovenborst is een zwart-witte streping zichtbaar. De kop en hals zijn grijs, met aan de zijkanten van de hals smalle zwart-witte verticale strepen die aansluiten op de zwarte keelvlek. In winterkleed is de vogel soberder, met een donker grijsbruine bovenzijde en een duidelijke overgang naar de witte keel en onderzijde. De snavel is recht en de houding op het water is gestrekt en krachtig.
Deze soort broedt bij middelgrote tot grote zoetwatermeren, vaak in open noordelijke landschappen en geregeld bij meren met eilandjes. Buiten de broedtijd verblijft de parelduiker vooral in kustgebieden, estuaria, beschutte baaien en rustige zeearmen. Daardoor wisselt het leefgebied sterk tussen het stille binnenwater van het broedseizoen en zoutere kustwateren in de rest van het jaar.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit vis. Daarnaast worden ook weekdieren en kreeftachtigen gegeten. Prooien worden onder water gevangen tijdens duiken die ongeveer drie kwartier tot twee minuten kunnen duren. Door de gestroomlijnde lichaamsbouw en de ver naar achter geplaatste poten is de parelduiker uitstekend aangepast aan een jagend leven onder water.
Het broedseizoen loopt van het late voorjaar tot in de zomer en begint in het noorden vaak pas in juni. Het nest ligt direct aan het water, vaak op een eilandje, oeverpunt of andere beschutte plaats. Meestal is het een ondiepe kuil, maar soms wordt ook een steviger nest van plantenmateriaal gebouwd in ondiep water. Gewoonlijk worden twee eieren gelegd, al bestaat een vervangsellegsel vaak uit één ei. Beide oudervogels broeden en de broedduur bedraagt ongeveer achtentwintig tot negenentwintig dagen. De jongen worden door beide oudervogels begeleid, kunnen na ongeveer vijf weken zelfstandig voedsel zoeken en zijn rond twee maanden vliegvlug.