De familie Numididae, oftewel parelhoenders, omvat middelgrote, grondbewonende vogels die van oorsprong voorkomen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Ze zijn nauw verwant aan fazanten en kalkoenen en worden gekenmerkt door hun gedrongen lichaam, kleine kop met vaak kale huid, en een verenkleed met opvallende witte vlekjes of patronen – vandaar de naam “parelhoen”.
Parelhoenders leven in groepen en zoeken al foeragerend naar zaden, insecten en kleine dieren. Ze zijn uitstekende hardlopers en kiezen bij gevaar meestal eerder het hazenpad dan de lucht. De meest bekende soort is het helmparelhoen (Numida meleagris), dat al sinds de oudheid wordt gehouden als tamme vogel voor vlees, eieren en ongediertebestrijding. In het wild komen parelhoenders voor in savannes, droge bossen en landbouwgebieden. Door hun sociale gedrag, robuustheid en karakteristieke uiterlijk zijn ze ook populair in dierentuinen en op boerderijen wereldwijd.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Acryllium
Soorten of vormen binnen Numida zijn middelgrote tot vrij grote, stevig gebouwde hoendervogels met een kleine kale kop, een opvallende benige of hoornachtige helm op de schedel en een compact lichaam. Het verenkleed is meestal donkergrijs tot zwartachtig met talrijke lichte stippen, waardoor de vogels een fijn gespikkeld uiterlijk krijgen. De poten zijn krachtig en goed geschikt voor een leven op de grond, waar veel wordt gelopen en gescharreld.
Numida-bewoners komen vooral voor in savannen, open bos, struikland, landbouwgebieden en andere open terreinen met voldoende dekking. Vaak worden groepen gevormd die gezamenlijk foerageren en bij verstoring eerst wegrennen voordat wordt opgevlogen. Het voedsel bestaat uit zaden, groene plantendelen, insecten en andere kleine ongewervelden. Daardoor zijn deze vogels zowel planteneters als opportunistische diereters.
De voortplanting vindt plaats op de grond. Het nest ligt meestal goed verborgen in lage vegetatie en bestaat uit een eenvoudige kuil. De eieren worden in een beschutte omgeving gelegd en de jongen zijn nestvlieders, zodat zij kort na het uitkomen al met de oudervogel kunnen meelopen. Door het sociale gedrag, het kenmerkende gespikkelde verenkleed en de opvallende helm is Numida een van de meest herkenbare geslachten binnen de Afrikaanse hoendervogels.
Soorten binnen Acryllium zijn overwegend bodembewonende vogels van droge tot halfdroge landschappen met struiken, doornstruweel en open savanne. De bouw is goed aangepast aan een leven op de grond, waar in groepen wordt gelopen en voedsel wordt gezocht. Het verenkleed is fijn getekend en vaak rijk geschubd of gestreept, wat deze vogels een opvallend en sierlijk uiterlijk geeft.
Het voedsel bestaat uit zaden, bollen, groene plantendelen en allerlei kleine dieren, zoals insecten en andere ongewervelden. Vaak wordt in groepen gefoerageerd, waarbij de vogels al lopend grote oppervlakten afzoeken. Bij verstoring wordt meestal eerst weggerend, waarna pas in tweede instantie wordt opgevlogen.
De voortplanting sluit aan bij die van andere parelhoenders. Het nest ligt doorgaans op de grond, goed verscholen tussen vegetatie. De eieren worden gelegd in een ondiepe kuil en de jongen zijn nestvlieders, waardoor zij kort na het uitkomen al met de oudervogels kunnen meelopen. Door het sociale gedrag en de voorkeur voor open, droge leefgebieden vormt Acryllium een karakteristiek geslacht binnen de Afrikaanse hoendervogels.
Gierparelhoen

Gierparelhoen details
Het gierparelhoen is een zeer opvallend en sierlijk parelhoen met een langgerekte hals, een kleine kale kop en een slanke lichaamsbouw. De kop en bovenhals zijn blauwachtig grijs en vrijwel onbevederd, wat de soort het kenmerkende gierachtige uiterlijk geeft. Het lichaam is donker, met fijne witte stippen en strepen, terwijl de borst opvallend diep blauw gekleurd is. De rugveren zijn lang en los van structuur, waardoor de vogel een elegant en enigszins geschubd uiterlijk krijgt. De staart is relatief kort en de poten zijn stevig, wat goed past bij een leven op de grond.
Deze soort leeft vooral in droge doornstruwelen, halfopen savannen en struikrijke landschappen met verspreide bomen. Dichte bossen en zeer open, kale terreinen worden meestal vermeden. Het gierparelhoen wordt vaak in groepen gezien en beweegt zich meestal lopend door het leefgebied, waarbij dekking van struiken en lage bomen belangrijk is.
Het voedsel bestaat uit zaden, bollen, groene plantendelen en allerlei kleine dieren zoals insecten en andere ongewervelden. Vaak wordt in groepen gefoerageerd, waarbij grote oppervlakten al lopend worden afgezocht. Door het groepsgedrag en de waakzaamheid kunnen deze vogels in open terrein toch goed op predatoren reageren.
Het nest wordt op de grond gemaakt, meestal goed verborgen tussen lage vegetatie of onder struiken. De eieren worden gelegd in een ondiepe kuil met weinig nestmateriaal. De jongen zijn nestvlieders en kunnen kort na het uitkomen al meelopen met de oudervogels. Buiten de broedtijd leeft deze soort vaak in vrij grote, hechte groepen, wat het gierparelhoen tot een van de meest sociale en opvallende parelhoenders van Afrika maakt.
Genus Numida
Helmparelhoen

Helmparelhoen details
Het helmparelhoen is een middelgrote tot vrij grote, stevig gebouwde hoendervogel met een compacte lichaamsvorm, krachtige poten en een kleine kale kop. Het verenkleed is donkergrijs tot zwartachtig en is dicht bezaaid met kleine witte stippen, waardoor een fijn gespikkeld patroon ontstaat. Kenmerkend zijn de benige helm op de kop en de kale huiddelen aan kop en hals, die blauwachtig, roodachtig of wit kunnen zijn. Door de combinatie van de gespikkelde lichaamskleur, de kale kop en de opvallende helm is deze soort direct herkenbaar.
Deze soort leeft vooral in savannen, open bos, struikland, graslanden, landbouwgebieden en andere open of halfopen landschappen met voldoende dekking. Dichte regenwouden worden meestal vermeden. Het helmparelhoen wordt vaak in groepen gezien en brengt veel tijd door op de grond, waar lopend voedsel wordt gezocht en snel op verstoring wordt gereageerd.
Het voedsel bestaat uit zaden, bollen, groene plantendelen, insecten en andere kleine ongewervelden. Ook termieten, kevers en sprinkhanen worden regelmatig gegeten. Door het brede voedselpakket is het helmparelhoen een opportunistische soort die zich in veel verschillende leefgebieden kan handhaven.
Het nest ligt op de grond en bestaat meestal uit een ondiepe, goed verborgen kuil tussen vegetatie. De eieren worden in een beschutte omgeving gelegd en de jongen zijn nestvlieders, zodat zij kort na het uitkomen al met de oudervogel kunnen meelopen. Buiten de broedtijd leeft het helmparelhoen vaak in groepen, wat de soort extra opvallend maakt in open Afrikaanse landschappen.