De familie Scopidae bestaat uit slechts één levende soort: de hamerkop (Scopus umbretta). Deze middelgrote, waadvogelachtige vogel komt voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, Madagaskar en delen van Zuidwest-Azië. Hij wordt gekenmerkt door zijn bruine verenkleed, lange poten, brede vleugels en een opvallend hamerachtig silhouet, gevormd door de combinatie van een platte kuif en een lange, iets gebogen snavel.
Hamerkoppen leven in natte omgevingen zoals moerassen, oevers en rivierdelta’s, waar ze voornamelijk vissen, amfibieën en kleine waterdieren vangen. Ze zijn vooral bekend om hun enorme, koepelvormige nesten van takken, die tot 1,5 meter groot kunnen worden. Deze nesten worden vaak hergebruikt en zijn zelfs stevig genoeg om het gewicht van een volwassen mens te dragen. De hamerkop neemt binnen de orde Pelecaniformes een unieke positie in, zowel morfologisch als gedragstechnisch.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Scopus details
De vertegenwoordigers van dit geslacht leven in Afrika ten zuiden van de Sahara en plaatselijk ook op Madagaskar en in delen van het Arabisch Schiereiland. Het leefgebied bestaat vooral uit ondiepe moerassen, rivieroevers, overstroomde graslanden, mangroven en andere natte gebieden waar voedsel gemakkelijk bereikbaar is. Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine vissen, amfibieën, insecten, kreeftachtigen en andere waterdieren.
Een bijzonder kenmerk van Scopus is het zeer grote, koepelvormige nest, dat uit takken en plantaardig materiaal wordt opgebouwd en vaak jarenlang zichtbaar blijft. Door de afwijkende vorm, het aparte gedrag en de unieke ecologische positie neemt dit geslacht een opvallende plaats in binnen de Afrikaanse vogelwereld.
Hamerkop


Hamerkop details
De soort komt voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, op Madagaskar en langs de kust van het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland. De hamerkop leeft in een grote verscheidenheid aan natte habitats, zoals moerassen, rivieroevers, ondiepe plassen, overstroomde graslanden, rijstvelden, irrigatiegebieden en andere waterrijke landschappen. Ook in savannes en open bosgebieden wordt de soort aangetroffen, zolang er voldoende geschikt water aanwezig is. De meeste vogels zijn standvogel, al vinden lokaal verplaatsingen plaats als reactie op regenval, voedselbeschikbaarheid of nieuw ontstane watergebieden zoals dammen en kanalen.
Het voedsel bestaat vooral uit amfibieën, aangevuld met vissen, garnalen, insecten, kleine knaagdieren en andere kleine waterdieren. De hamerkop zoekt meestal overdag voedsel, vaak alleen of in paren, waarbij in ondiep water langzaam wordt gelopen. Prooidieren worden opgespoord door te kijken, met de poten over de bodem te bewegen of door plotseling de vleugels te openen om verborgen dieren op te jagen. Soms worden ook prooien vanuit een korte vlucht gegrepen.
De voortplanting en het gedrag van de hamerkop zijn bijzonder afwijkend. De soort staat bekend om gezamenlijke baltsachtige bijeenkomsten waarbij meerdere vogels luid roepend om elkaar heen rennen, de kuif opzetten en met de vleugels fladderen. Het nest is uitzonderlijk groot en koepelvormig, opgebouwd uit duizenden takken en verstevigd met modder. Het wordt meestal in een boom boven water gebouwd, maar kan ook op oevers, rotsen, dammen, muren of zelfs op de grond worden geplaatst. De ingang bevindt zich onderaan en leidt via een tunnel naar een ruime nestkamer. Vaak worden meerdere nesten per jaar gebouwd, ook wanneer er niet wordt gebroed. Het legsel bestaat meestal uit drie tot zeven eieren. Beide ouders broeden en verzorgen de jongen, die na ongeveer anderhalve maand uitvliegen maar vaak nog enige tijd in het nest overnachten.
De wereldpopulatie geldt als niet bedreigd en de soort heeft de status minste zorg. Plaatselijk kan de hamerkop onder druk komen te staan door verslechtering van de waterkwaliteit in wetlands, onder meer door overmatig gebruik van pesticiden. Daarnaast wordt de soort in delen van Afrika soms gevangen of verhandeld voor gebruik in de traditionele geneeskunde.