De Aramidae is een zeer kleine vogelfamilie die slechts één levende soort omvat: de koerlan (Aramus guarauna), ook wel bekend als de limpkin in het Engels. Deze familie is uniek en staat apart binnen de orde van de kraanvogelachtigen (Gruiformes), samen met o.a. koereigers, rallen en kraanvogels.
De koerlan is een middelgrote moerasvogel die voorkomt in de zuidelijke Verenigde Staten, Midden-Amerika en grote delen van Zuid-Amerika. Hij leeft in moerassen, wetlands en langs langzaam stromende rivieren, waar hij zich specialiseert in het vangen van appelslakken (Pomacea) — zijn snavel is daar zelfs subtiel krom naar gevormd, perfect om het slakkenhuis open te wrikken.
Koerlans zijn rustige vogels met een opvallende roep die klinkt als een jammerende fluittoon. Ze lopen langzaam door ondiep water en hebben een cryptisch verenkleed van bruin, wit en grijs, dat hen goed camoufleert in de vegetatie.
Hoewel hun uiterlijk wat lijkt op een reiger, is hun bouw, gedrag en anatomie dusdanig bijzonder dat ze in hun eigen familie zijn ondergebracht — een mooi voorbeeld van hoe evolutie zich kan toespitsen op een specifieke prooi.
Foto’s © Jan Dolphijn
Koerlan


