De familie Gruidae, oftewel de kraanvogels, omvat grote, sierlijke waadvogels die bekendstaan om hun statige houding, krachtige vlucht en spectaculaire baltsgedrag. Kraanvogels komen voor op vrijwel alle continenten behalve Zuid-Amerika en Antarctica, met broedgebieden variërend van moerassen tot steppen en berggebieden. Ze zijn alleseters en voeden zich met een mix van planten, zaden, insecten, kleine gewervelden en wortels.
Kraanvogels vormen langdurige paarbanden en staan bekend om hun complexe dansrituelen, waarbij ze springen, buigen en vleugels spreiden. Deze gedragingen versterken de sociale band en zijn ook buiten het broedseizoen waarneembaar. Veel soorten zijn trekvogels en leggen duizenden kilometers af tussen broed- en overwinteringsgebieden. Door habitatverlies, verstoring en jacht zijn sommige soorten bedreigd, wat heeft geleid tot wereldwijde beschermingsinspanningen. In Europa is de kraanvogel (Grus grus) een symbool geworden van succesvolle natuurherstelprojecten.
Foto’s © Jan Dolphijn
Genus Grus
Kraanvogels uit het geslacht Grus zijn hoog op de poten gebouwd en hebben een lange hals, een rechte spitse snavel en brede vleugels. Het verenkleed is meestal overwegend grijs, wit, zwart of een combinatie daarvan, vaak met opvallende patronen op kop en hals. De vlucht is krachtig en statig, waarbij hals en poten gestrekt worden gehouden. Door de grote afmetingen, de trage vleugelslagen en de luide roep zijn deze vogels in het veld meestal direct herkenbaar.
Het voedsel bestaat uit wortels, knollen, zaden, granen, groene plantendelen, insecten en kleine gewervelde dieren. Veel soorten zoeken het voedsel op de grond in open terrein of in ondiep water. Daarbij wordt rustig gelopen en met de snavel in de bodem of tussen vegetatie gezocht. Door dit brede voedselpakket kunnen soorten uit Grus zich aanpassen aan verschillende seizoenen en landschappen.
De voortplanting vindt meestal plaats in rustige, natte gebieden met veel overzicht en voldoende dekking. Het nest wordt op de grond gebouwd, vaak in moerassige vegetatie of op een droge verhoging in nat terrein. Kraanvogels vormen meestal langdurige paren en staan bekend om hun baltsgedrag met buigingen, sprongen en roepduetten. De jongen zijn nestvlieders en kunnen kort na het uitkomen al met de oudervogels meelopen. Door de combinatie van grote afmetingen, sierlijke houding en sterke binding aan open wetlands vormt Grus een van de bekendste geslachten binnen de grote steltachtige landvogels.
Jufferkraanvogel


Jufferkraanvogel details
De jufferkraanvogel is duidelijk kleiner en fijner gebouwd dan de gewone kraanvogel. De snavel is slanker en korter, en het silhouet oogt eleganter. Het verenkleed is overwegend grijs, met een opvallend zwart voorhals- en borstgebied. Achter het oog loopt een sierlijke witte pluim naar achteren, wat deze soort direct herkenbaar maakt. De verlengde veren achter op het lichaam geven de vogel een slank en sierlijk uiterlijk. Jonge vogels zijn valer en grijzer, met een minder sterk ontwikkelde kop- en halstekening.
Deze soort leeft vooral in open graslanden en steppegebieden, meestal in de nabijheid van rivieren, ondiepe meren, laagten of andere natte plekken. Ook halfwoestijnen en drogere gebieden worden gebruikt wanneer water beschikbaar is. In de winter verblijft de jufferkraanvogel onder meer in acaciasavannes, graslanden, riviergebieden, akkers en stoppellanden. Rustplaatsen liggen vaak in ondiep water, op zandbanken of op modderige open plekken die door water worden omgeven.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit plantaardig materiaal, insecten en andere kleine dierlijke prooien. Tijdens het groeiseizoen en langs de trekroutes worden ook granen, pinda’s, bonen en andere landbouwgewassen gegeten. Gezinnen zijn al kort na het uitkomen van de jongen mobiel en kunnen grote afstanden afleggen op zoek naar voedsel. In droge jaren kan de soort een zwervender karakter aannemen. Na het uitvliegen verzamelen de vogels zich vaak in groepen op landbouwgronden waar veel gemorst graan en andere resten te vinden zijn.
De trek begint in de nazomer. Tijdens de trek worden uiteenlopende landschappen overgestoken, van laagland tot hoge bergpassen in de Himalaya. Sommige populaties steken daarbij zelfs grote wateroppervlakken over, zoals de Rode Zee en delen van de oostelijke Middellandse Zee. Op de broedplaatsen heeft de soort een voorkeur voor open plekken met verspreide vegetatie die voldoende dekking biedt, maar tegelijk voldoende uitzicht laat tijdens het broeden. Nesten liggen vaak op kleine open plekken in grasland, op akkerland of op grindige bodem en bestaan uit nauwelijks meer dan een eenvoudige nestplaats op de grond. Gewoonlijk worden twee eieren gelegd. De broedduur bedraagt ongeveer zevenentwintig tot negenentwintig dagen. De jongen zijn na ongeveer vijfenvijftig tot vijfenzestig dagen vliegvlug, wat voor kraanvogels een opvallend korte periode is.
Kraanvogel


Kraanvogel details
De kraanvogel is een grote, statige landvogel met een rechte spitse snavel, een lange hals en lange poten. In vlucht worden hals en poten volledig gestrekt gehouden. Het verenkleed is overwegend grijs. De kop en bovenhals zijn donkerder, met een rode kale kruinvlek en een opvallende witte band die achter het oog naar de hals loopt. De handpennen zijn bijna zwart en contrasteren sterk met de rest van de vleugel. Jonge vogels hebben een roestbruinere kop en missen de scherpe koptekening van volwassen exemplaren. De losse verlengde veren achter op het lichaam geven de vogel een extra sierlijk silhouet.
Deze soort broedt vooral in wetlands van de boreale en gematigde zone, waaronder moerassen, broekbossen, zeggenmoerassen, veengebieden, meerranden en andere natte terreinen met ondiep zoet water. Ook in halfopen cultuurlandschappen met kleine natte depressies kan tegenwoordig worden gebroed. Buiten de broedtijd verblijft de kraanvogel vaak in open landbouwgebieden, graslanden en andere voedselrijke terreinen, terwijl wordt geslapen in ondiep water, moerassen of natte weiden. Daardoor wisselt het leefgebied sterk tussen veilige natte rustplaatsen en open foerageergebieden.
Het voedsel is gevarieerd en bestaat vooral uit plantaardig materiaal zoals wortels, wortelstokken, knollen, stengels, bladeren, vruchten en zaden. Daarnaast worden ook dierlijke prooien gegeten, waaronder insecten, regenwormen, kikkers, hagedissen, slangen, kleine zoogdieren en soms vis of eieren en jongen van kleine vogels. Het voedsel wordt gezocht op de grond, in ondiep water of in lage vegetatie, terwijl langzaam lopend met de snavel in de bodem of tussen planten wordt geprikt en gegraven.
Het nest bestaat uit een hoop van natte moerasvegetatie en ligt in een rustige, natte omgeving. De eieren worden meestal in mei gelegd en een legsel bestaat gewoonlijk uit twee eieren. Beide oudervogels nemen deel aan het broeden en de broedduur bedraagt ongeveer achtentwintig tot eenendertig dagen. De jongen groeien op in het broedgebied en zijn na ongeveer vijfenzestig tot zeventig dagen vliegvlug. Na de broedtijd verzamelen kraanvogels zich in steeds grotere groepen op traditionele verzamelplaatsen, voordat de trek naar de overwinteringsgebieden begint.
Genus Balearica
Balearica-soorten zijn grote, sierlijke vogels met lange poten, brede vleugels en een rechtopstaande houding. Het verenkleed is overwegend grijs, zwart en wit, vaak met warme bruine of goudkleurige accenten op de vleugels. De kop is zeer opvallend door de stijve goudgele kuif, de kale gekleurde huiddelen en de contrastrijke tekening van wangen en keel. Door deze combinatie behoren kroonkraanvogels tot de meest herkenbare kraanvogels ter wereld.
Het voedsel bestaat uit zaden, scheuten, insecten, andere ongewervelden en kleine gewervelde dieren. Meestal wordt voedsel op de grond gezocht in open terrein of in ondiep nat gebied. Daarbij lopen deze vogels rustig rond en pikken voedsel van de bodem of uit lage vegetatie. Door het brede voedselpakket kunnen soorten uit dit geslacht zich goed aanpassen aan natuurlijke graslanden maar ook aan door mensen beïnvloede landschappen.
De voortplanting vindt plaats in natte graslanden, moerassen of andere waterrijke gebieden met voldoende dekking. Het nest wordt op de grond gebouwd tussen dichte vegetatie. Kroonkraanvogels vormen doorgaans vaste paren en staan bekend om hun opvallende balts met buigingen, sprongen en vleugelbewegingen. De jongen zijn nestvlieders en kunnen kort na het uitkomen al met de oudervogels meelopen. Door de combinatie van sierlijkheid, opvallende kopversiering en binding aan natte open landschappen vormt Balearica een zeer bijzonder geslacht binnen de kraanvogels.
Grijze kroonkraanvogel



Grijze kroonkraanvogel details
De grijze kroonkraanvogel is direct herkenbaar aan de grote, waaiervormige goudkleurige kuif op de kop. Het lichaam is overwegend grijs. De vleugels tonen daarnaast witte, zwarte, kastanjebruine en goudkleurige partijen, waardoor in vlucht een rijk geschakeerd beeld ontstaat. De wangen zijn wit met rode huiddelen en onder de kin hangt een rode keelzak. De poten zijn donker en vrij lang, passend bij een leven in open en nat terrein. Door de combinatie van elegante houding, lange poten en opvallende koptekening behoort deze soort tot de meest herkenbare kraanvogels van Afrika.
Deze soort leeft vooral in natte graslanden, moerassen, savannen, open weiden en landbouwgebieden met ondiep water in de nabijheid. Ook uiterwaarden, overstroomde velden en grasrijke oevers worden gebruikt. De grijze kroonkraanvogel foerageert vaak in open terrein, maar rust en broedt in meer beschutte, natte vegetatie. In tegenstelling tot veel andere kraanvogels rust deze soort ook geregeld in bomen.
Het voedsel bestaat uit zaden, granen, scheuten, insecten, andere ongewervelden, kikkers, kleine reptielen en andere kleine dieren. Het voedsel wordt al lopend gezocht, waarbij rustig door grasland of ondiep water wordt gestapt en prooien of plantaardig materiaal van de bodem worden opgenomen. Door dit brede voedselpakket kan de grijze kroonkraanvogel zich in uiteenlopende open landschappen handhaven.
Het nest wordt op de grond gebouwd in natte vegetatie, meestal op een goed verborgen plaats in een moeras of drassig grasland. Het bestaat uit plantenmateriaal en ligt vaak in ondiep water of direct aan de rand daarvan. Gewoonlijk worden twee eieren gelegd. Beide oudervogels nemen deel aan het broeden en aan de zorg voor de jongen. De soort vormt doorgaans vaste paren en staat bekend om de indrukwekkende balts, waarbij buigingen, sprongen en vleugelbewegingen een belangrijke rol spelen.